Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Bijzondere studenten - pagina 79

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijzondere studenten - pagina 79

40 jaar studentenbeweging aan de Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

OOGGETUIGEN

H.J. Brinkman studeerde Nederlands en heeft drie jaar in de Studentenraad gezeten.

In 1953/54 zat hij als voorzitter van de fakulteitsvereniging Letteren in de SRVU.

Het daarop volgende jaar was hij de eerste sekretaris-buitenland van de SRVU en in

1955/56 was hij als rektor van het Corps tevens voorzitter van de SRVU. Tegen-

woordig is Brinkman voorzitter van het College van Bestuur van de VU.

Over de positie van de SRVU ten opzichte van de VU-autoriteiten zegt hij: "Ik

had altijd het gevoel dat je bondgenoten, wanneer het ging om studentenbelangen te

behartigen, de Directeuren waren, en dat je natuurlijke vijand, voor zover je

daarvan kan spreken, de hoogleraren waren onder aanvoering van de rektor magni-

fikus (...) Als ik terugkijk naar de jaren vijftig dan zou ik zeggen: er bestond ook

toen een studententraditie, een ^oot zelfbewustzijn van studenten. Men zei: "Wij

zijn studenten, dit zijn onze zaken, daar behoort de universiteit zich niet mee te

bemoeien." Er was een duidelijke grens: dat was van de hoogleraren, dat was van

ons. En die grens, daar moest geen der partijen overheen komen. Het probleem bij

de VU was altijd dat hoogleraren en de rektor vonden dat studenten zich misdroe-

gen en dat werd aan de VU eigenlijk niet geaksepteerd vanwege de eigen kuituur.

Dat gaf bepaalde frikties, maar in die frikties manifesteerde zich steeds weer dat

zelfbewustzijn van studenten, die opkwamen voor hun eigen zaken."^'^^

De groei van de VU is een belangrijke verklaring voor de breder wordende kloof

tussen studenten en bestuurders: "In mijn tijd was het volkomen homogeen. Iedereen

was gereformeerd en als hij niet gereformeerd was, dan was hij degelijk hervormd

van huis uit. Dus de spanningen die zich afspeelden, waren spanningen tussen

generaties of de spanningen tussen de kuituur van de universiteit en studenten en

die van de achterban, die elke student kende. (...) Maar de VU was wel bezig zich te

ontwikkelen als universiteit en studenten gedroegen zich ook als studenten en

kopieerden studentengedrag. (...) Allerlei ontwikkelingsprocessen van emancipatie en

sekularisatie en pluralisatie speelden zich af, maar binnen de gereformeerde groep.

Pas later is natuurlijk de studentenpopulatie heterogener geworden en geleidelijk aan

werd ook de staf heterogener. Directeuren en Curatoren bleven homogeen, waardoor

dat spanningsveld steeds verder toenam.(...) Directeuren hadden verschillende refe-

rentiekaders tot hun beschikking. Ze refereerden aan de achterban, of wat ze

dachten dat de achterban vond, en dan moest je zien dat je de zaak binnen bepaal-

de grenzen hield en proberen te beheersen (...) En als het nou maar niet publiek

werd, dan had je die spanning niet."

De spanningen die zich voordeden werden dan ook binnen de gereformeerde

müieu uitgevochten. Brinkman over de ontwikkehngen in de jaren zestig: "De

studenten die aan de VU leiding gaven, waren in die tijd altijd toch mensen die uit

een VU-milieu kwamen. Het waren allemaal familiekonflikten, maar ze werden steeds

heftiger. Ik zeg achteraf dat de leiding van de VU naar mijn gevoel toch altijd te

weinig eigen identiteit had, te weinig eigen professionele bestuurlijke identiteit,

waardoor men vanuit een eigen positie kon opereren tegenover de achterban en z'n

eigen personeel en studenten. Veel problemen tussen de SRVU en de besturende

kolleges kwamen vooral naar buiten in konflikten rond het studentenblad Pharetra."

J. van Baars, die twee jaar in het SRVU-bestuxu' zat, in 1961/62 als sekretaris en

het jaar daarop als SRVU-voorzitter, heeft hier persoonHjk mee te meiken gehad.

"Jan Sizoo schreef eens dat de provincie niets anders voort kon brengen dan

pokdalige eerstejaars, ieder jaar weer. Er kwamen toen vele telefoontjes bij de

Studentenraad terecht (...) Ik werd ook eens op het matje geroepen en zei toen "ja

77

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's

Bijzondere studenten - pagina 79

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's