Bijzondere studenten - pagina 13
40 jaar studentenbeweging aan de Vrije Universiteit
EMANCIPEERT DE STUDENTENBEWEGING ?
Eén van de uitgangspunten van het onderzoek is te komen tot een analyse van de
geschiedenis van de Studentenraad aan de Vrije Universiteit (SRVU) als onderdeel
van een grotere beweging. Hoewel dit onderzoek duideüjk vanuit een historische
invEilshoek de geschiedenis van de studentenbeweging aan de VU wU beschrijven,
hebben we ons bij het afbakenen van het theoretisch kader moeten oriënteren op de
sociologische hteratuur; historisch onderzoek naïu' de geschiedenis van de studen-
tenbeweging leunt nameUjk steeds zwaar op sociologische verklaringsmodellen.
Omdat het onderzoek een vrij lange periode beslaat en de omstandigheden binnen
de studentenwereld in onderzochte periode sterk verjmderen, is het noodzakelijk om
in ieder geval een tweedeling te maken, waarbij we de cesuur leggen aan het begin
van de jaren zestig. De belangrijkste veranderingen beschrijven we aan de hand van
typologische veranderingen.
Vervolgens zal blijken dat al die veranderingen geleid hebben tot de vorming van
een zekere eenheid onder studenten. Is deze eenheid te definiëren als een sociale
beweging? En zo ja, wat zijn dan de meest essentiële kenmerken van een sociale
beweging en welk streven kenmerkt een dergelijke beweging ?
Wat dit laatste betreft moeten we een onderscheid maken tussen korte en lange
termijn doelen. De korte termijn doelen veranderen steeds en vormen een reaktie op
externe faktoren als de pohtieke en de maatschappelijke konstellatie. Teneinde het
streven van de sociale beweging op de lange termijn te verklaren maken we gebruik
van de emancipatietheorie van Hendriks.
TYPOLOGISCHE VERANDERINGEN BINNEN DE STUDENTENWERELD
In het hoofdstuk over de algemene ontwikkelingen binnen de universitaire wereld
blijkt dat zich binnen de studentenwereld grote veranderingen hebben voorgedaan,
veranderingen die zowel ekonomische, pohtieke als algemeen maatschappelijke
oorzaken hebben en die het imago, de werkwijze en de doelstellingen van de
studentenorganisaties een ander aanzien geven.
Kijken we naar de organisatievorm binnen de studentenwereld vóór de zestiger
jaren, dan kunnen we konkluderen dat deze duideUjk een verlengde is van de
ehtaire positie van een deel van de studenten en de kenmerken heeft van een
standenmaatschappij.^ Aan de top van de studentenmaatschappij vinden we de
corpora die tot aan de jaren zestig de meeste sleutelposities in kommissies, fakul-
teitsverenigmgen, grondraden en de Nederlandse Studentenraad (NSR) bekleden,
terwijl binnen de corpora zelf ook een sterke hiërarchie bestaat. Als gevolg van
deze toppositie laten de corpora lange tijd het alleemecht gelden op de vertegen-
woordiging van de student. De overige gezeUigheidsverenigingen zijn daaronder
vertikaeil geordend. Logischerwijs bevindt de niet georganiseerde student, gebrand-
merkt met het toenmalige odium 'nihihst', zich onderaan deze maatschappelijke
ordening.
Het bestaan van dergelijke standsverschillen binnen de studentenwereld vormt een
belangrijke verklaring voor het sociaHserende karakter van de gezeUigheidsvereni-
gingen als het corps. Zij bereiden de studenten in kwestie voor op een toekomstige
positie, waaraan zij een status verbinden die gebaseerd is op het instandhouden van
traditionele waarden.
Niet alleen een traditionele visie op de eigen positie als student kenmerkt de
'gemiddelde' corpsstudent, ook een behoudende maatschappijvisie is hem of haar
11
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989
Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's