Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Bijzondere studenten - pagina 53

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Bijzondere studenten - pagina 53

40 jaar studentenbeweging aan de Vrije Universiteit

3 minuten leestijd

scheiding niet dat de bemoeienis van de SRVU met de gezelligheids- en fakulteits-

verenigingen afgelopen is. De drie raden ontmoeten elkaar in de Civitasraad, maar

wat belangrijker is, zij hebben regelmatig kontakt door middel van de afvaardiging

naar eUcaars vergaderingen. Vem de organisaties waarmee de SRVU regelmatig

overleg onderhoudt, is de Raad van Praesides altijd een van de belangrijkste ge-

weest. Dit kontaktorgaan van de voorzitters van de fakulteits- en sektieverenigingen

treedt vanaf 9 december 1965 'm werking. De oprichting is het direkte gevolg van de

demokratisering van de Studentemaad, die tot 1964 de organisatie was die de

verenigingen organiseerde. De Raad van Praesides houdt zich bezig met de oprich-

ting van studiekommissies en studieraden om het overleg tussen docenten en studen-

ten te verbeteren. Eind 1966 lezen we dat de instituering van studieraden en

studiekommissies gereahseerd is en dat de fakulteitsverenigingen een deel van hun

aktiviteiten afstoten naar deze kommissies. De doelstelling van de Raad van Praesi-

des wordt hiermee in feite vervuld en in overleg met de SRVU besluiten de vere-

nigingen dan ook een emder overlegorgaan in het leven te roepen. Deze nieuwe raad,

die overigens dezelfde naam behoudt, zal in de toekomst minder frekwent vergade-

ren; het belangrijkste doel is het overleg tussen de verenigingen in stand te houden.

De positie van de SRVU-afgevaardigde in deze Raad verandert: de sekretaris-onder-

wijs van de SRVU zal de accessor van de Raad zijn en het voorzitterschap zal

vanaf die tijd onder leiding van een onafhankeUjk voorzitter staan.^ Op deze wijze

wordt de inbreng van de SRVU iets teruggedrongen; voor zover bekend wordt dit

binnen de SRVU niet als een probleem ervaren.

Het CvD besluit op 18 maart 1967 een artikel aan het reglement van de VU toe

te voegen, waarvan de bepaling luidt dat op alle (sub)fakulteiten studieraden inge-

steld moeten worden. Deze raden hebben uitsluitend een adviserende bevoegdheid.

Het belangrijkste doel van de raden is advies uit te brengen over de studie, de

programmering, de presentatie van de stof en in het algemeen de gang van zaken

aan de fakulteit. De Raad van Praesides stelt zich op het standpunt dat een ef-

ficiency-verhoging van het onderwijs, zoals het ministerie vem onderwijs en weten-

schappen nastreeft, het beste bereikt kan worden wanneer studenten ook gehoord

worden over de inhoud en vorm van de studie. Binnen de studiekommissie moeten

studenten zoveel mogeUjk onderling hun standpunt bepalen, dat dan door de stu-

dentvertegenwoordigers in de studieraad met hoogleraren en stafleden besproken

moet worden. Dit klinkt allemaal leuk en aardig - aanvankeüjk zijn de Raad van

Praesides en de SRVU dan ook verheugd over de verplichte instelling van de raden

- maar al snel is men het er in SRVU-kringen over eens dat deze vorm van in-

spraak een wassen neus is: "het werken in die raden bleek echter vrijwel vruchte-

loos, zowel omdat hoogleraren toch steeds aan hun eigen standpunten vasthielden,

alsook omdat studenten en staf niet voldoende georganiseerd waren om hun eigen

verlangens krachtig naar voren te brengen."^ De oprichting van de studieraden is

op de meeste fakulteiten vrij soepel tot stand gekomen; het feit dat zo'n Raad geen

medebeslissingsrecht of zelfs inspraak krijgt is hier waarschijnlijk mede debet aan.

Van een belangrijke stap in de richting van studenteninvloed is geen sprake: deze

büjft afhankelijk van de ruimte die de hoogleraren hen wensen te geven.

Zoals we zullen zien zal deze kritiek op de geringe inspraakmogehjkheden en het

gebrek aan medebeslissingsrecht, zowel op universitair als op fakultair nivo, zich

later bundelen in wat bekend wordt als de demokratiseringsbeweging.

Terwijl studenten beperkte mogelijkheden hebben hun invloed te laten gelden, is

het van groot belang dat de studentenbeweging een eigen visie op onderwijs en de

funktie van de universiteit formuleert, ook met het oog op de voorüchting naar

studenten toe. Wanneer in 1968 de plannen van Maris en Posthumus bekend worden,

51

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's

Bijzondere studenten - pagina 53

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1989

Publicaties VU-geschiedenis | 228 Pagina's