Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 24
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
Het gaat niet om de antwoorden, maar om het steeds maar weer
stellen van vragen.
W. Haan
1. Het bijzondere als complex verschijnsel
Waar hebben we het eigenlijk over als we anno 1990 het "bijzondere' van de
Vrije Universiteit aan de orde stellen? We hebben het feitelijk over één pagina
A4 in het VU ontwikkelingsplan 1991-1994. Over een aantal 'formele rudi-
menten' uit het verleden, zoals de instemmingsclausule bij vaste benoemingen
en hoogleraar-aanstellingen, over de verplichting dat een bijzondere leerstoel
'niet mag indruisen tegen het bijzondere karakter van de VU'. Over een
Bezinningscentrum dat speciaal is opgericht om de bijzondere identiteit van de
VU op een eigentijdse wijze gestalte te geven. Over een verplicht programma
Wijsgerige Vorming in de curricula van de diverse faculteiten. Over een
Vereniging met een achterban die allerlei initiatieven op het terrein van het
bijzondere (financieel) ondersteunt en zelf activiteiten rond het bijzondere in
het land ontplooit.
Naast die 'feitelijke opsomming' van wat het 'bijzondere van de VU' zoal
inhoudt, hebben we ook te maken met een 'gevoelslading': een bijzondere
universiteit die door sommigen wordt verheerlijkt, door anderen verafschuwd,
en door weer anderen wordt doodgezwegen.
Al met al blijkt dat bijzondere een 'complex verschijnsel' dat voor wat betreft
de profilering van de universiteit eerder tot tweespalt en onhelderheid dan tot
duidelijkheid en 'integrerende factor' lijkt te leiden. Dat laatste lijkt ervoor te
pleiten het bijzondere van de universiteit puur als een 'functioneel gegeven' te
benaderen. En dat is mijns inziens precies hoe op het vlak van het bestuur en
de 'presentatie naar buiten' het bijzondere gestalte krijgt. Voor de financiële
positie van de VU is het handig dat we 'bijzonder' zijn, studenten zal het eerder
afschrikken. Laten we dus er dus maar niet al te moeilijk over doen. Het is al
moeilijk genoeg om in een tijd van permanente bezuiniging en herstructurering
van het hoger onderwijs je hoofd boven water te houden.
De conclusie van dit eerste paragraaQe lijkt dan ook te zijn: waarover je niet
kunt of mag praten, daarover moet je zwijgen.
2. Spanning tussen ideaal en realiteit
Aan de afsluitende conclusie van de vorige paragraaf ligt mijns inziens een
veronderstelling ten grondslag waarvan we het realiteitsgehalte ter discussie
mogen stellen: het harmoniemodel: de universiteit die harmonieus op een
22
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's