Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vormen, vorming, gevormd - pagina 29

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vormen, vorming, gevormd - pagina 29

De Disputorenraad en het Vormingscentrum aan de Vrije Universiteit, 25 jaar retroperspectief

3 minuten leestijd

geslachten - wordt fataliteit omgezet in zedelijke verantwoordelijkheid." '"

In de tweede plaats wees hij er op dat door de kennisexplosie het kennen van de werke-

lijkheid van karakter is veranderd. "Kennen heeft iets gekregen van het organiseren van

het veld van disparate gegevens." Daardoor zijn "kennis" en "beslisbaarheid" "in een on-

verwacht enge relatie tot elkaar komen te staan". Het ware kennen wordt voor een groot

deel een zaak van het juiste beslissen. "Kennis is macht, maar dan macht over de chaos

van gegevens teneinde deze beslisbaar te maken (...)". Hierin ligt, volgens Van Peursen,

de regulerende taak, die de universiteit heeft ten opzichte van de samenleving. "Het gaat

immers niet slechts om opeenhoping van informatie, vermeerdering van inzichten,

uitbreiding van de techniek, maar om iets wat verder reikt: de bonte veelheid van ver-

schijnselen in de natuur en in de menselijke geschiedenis zo te groeperen rond centrale

motieven, dat zij niet alleen in theoretisch of technisch opzicht, maarjuist ook in zedelijk

opzicht beheersbaar worden. De grote vraag is immers niet die naar meer inzicht of meer

technische macht, maar naar de richting, die men uit moet koersen als de nog ongebonden

krachten van natuur en cultuur (kernenergie, genetische code, hersenspoeling, sociale

mechanismen enz. enz.) binnen menselijk beheersvermogen gebracht worden". "

Deze noties van politieke mondigheid, zedelijke verantwoordelijkheid en maatschappe-

lijk verantwoordelijkheidsbesef combinerend, kwam het bestuur tot de conclusie dat het

studenten-vormingswerk diende te stimuleren tot mondigheid om in vrijheid op creatie-

ve wij ze mee te denken, mee te praten en mee te beslis sen over de zedelijke vragen inzake

de ontwikkeling van wetenschap en techniek om aldus gestalte te geven aan sociale en

maatschappelijke verantwoordelijkheid.

We bedoelden dit in alle bescheidenheid. We waren zeker niet van mening dat academici

alle zedelijke vragen inzake de ontwikkeling van hun vakgebied moesten kunnen

overzien, wel dat zij er zich rekenschap van dienden te geven dat er zedelijke vragen aan

verbonden waren. We zeiden evenmin dat academici kennis moesten hebben van de

maatschappelijke gevolgen, wel dat zij zich er bewust van moesten zijn dat deze zich

konden voordoen. We overschatten de kennis en het inzicht van een academicus niet,

maar schetsten die positie ook niet als zo hopeloos als Staal deed in zijn essay: "De aca-

demicus als 'nowhere man'". '^

De opbouw van een organisatie

Hoe fraai ook het uitgangspunt, in de praktijk van alledag had het beleid van de

Disputorenraad aanvankelijk meer weg van een worsteling om de eigen bestaanszeker-

heid. Voor de besturen van de "A-kernen" vormde de Disputorenraad een alibi om zich

te concentreren op hun kemactiviteiten. Het vormingswerk was niet langer hun pro-

bleem, financieel noch anderszins (ook al waren ze bereid tot medewerking op initiatief

van de Raad). Voor de "B-kemen" gold de onbekendheid met de gevolgen van een

overkoepelend orgaan voor hun organisatie: een grotere toestroom van leden of een

herverkaveling van de instroom ten gunste van andere participanten of de Disputoren-

raad? Hun houding was daarom positief, maar afwachtend. Al te grote inmenging van

de Raad in hun activiteiten werd afgeweerd. Wel toonden ze zich bereid een groot deel

van hun gespreksgroepen open te stellen voor niet-leden, in dit geval studenten die in een

bepaald onderwerp, maar niet in het lidmaatschap van de organiserende vereniging

geïnteresseerd waren.

Daarom was het streven van de Disputorenraad er in de eerste plaats op gericht de

27 activiteiten van de bestaande organisaties te ondersteunen door onder andere jaarlijkse

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's

Vormen, vorming, gevormd - pagina 29

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's