Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 28
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
worden?' Dat motto lijkt mij niet alleen uitdagend. Het geeft naar mijn ervarmg
ook een herkenbaar gevoel weer: is het eigen karakter van de VU, ondanks de
activiteiten in dat kader, niet steeds meer het gouden - (grond)wettelijke -
stootrandje voor haar voortbestaan?; is de identiteit niet grotendeels naar de
parkeerhaventjes langs de weg van het wetenschappelijk bedrijf verwezen?;
wordt het 'bijzondere' in wezen niet 'profilerend' met bijvoorbeeld onderzoeks-
projecten mgevuld uit lijfsbehoud en overweegt de 'gewone' concurrentie?; is
het Bezinningscentrum niet toch een soort alibi?; wat merk je van het "bijzon-
dere' in het personeelsbeleid?; is de 'eigen aard' niet langzamerhand een zaak
van goedbedoelende enkelingen? De VU zal eindelijk moeten kiezen. Dat
schept niet alleen duidelijkheid. Het is ook eerlijk. Tien jaar geleden werd het
al eens door iemand gezegd tijdens de studiedag 'VU tussen twee VU-ren'. We
zijn nu weer tien jaar verder... Het is vijf voor twaalf. Opgaan en blinken als
'vrije' universiteit en tenslotte geleidelijk als vanzelf verzinken in het 'gewone'
zou naar mijn opvatting een slecht begin zijn van een andere toekomst. Zelfs al
zou de bestuurlijke passiviteit een verholen bewuste policy zijn, voortgekomen
uit de onmacht uit de schemertoestand te komen en beïnvloed door de 'no
nonsense'-golf van de jaren tachtig. Immers, gloort dan niet de toekomst van
de grootste universiteit van ons land: de 'rijksuniversiteit Amsterdam', voorheen
Universiteit van Amsterdam en Vrije Universiteit? Of gaat de VU eenvoudig-
weg op in haar belendende zuster na een felle concurrentie tussen wellicht nog
eens 'geprivatiseerde' instellingen naar Amerikaans model?
Ik denk dat de VU de 'bescheidenheid van de intentie' zou in de 'pretentie
van de intentie'. Ik zou het vooral op grond van mijn levensovertuiging
betreuren als de VU haar unieke 'meerwaarde' langzaamaan door passiviteit
prijsgeeft. Onder 'meerwaarde' versla ik een uit de brede christelijke traditie
voortspruitende, uitgesproken algemene aandacht voor religieus-ethische of
levensbeschouwelijke vraagstukken ter relativering van wetenschappelijk
positivisme, reductionisme, etc, en een daadwerkelijk 'aanwezig zijn' bij het
oplossen van menselijke nood (bijv. ontwikkelingssamenwerking). Ik denk dat
de VU momenteel nog een (laatste) kans heeft om als 'gewoon bijzondere'
universiteit door te gaan, om duidelijk naar voren te komen als een ruimden-
kende, cultuurkritische, christelijk-oecumenische universiteit. Dat vraagt een
actievere opstelling van het VU-bestuur. Dat zal veel meer sturend, stimule-
rend en voorwaardenscheppend moeten opereren, naar binnen en naar buiten
toe. Het is te gemakkelijk te zeggen dat het 'bijzondere' karakter de wervings-
kracht van de VU in de weg staat zonder de wijze waarop daarmee wordt
omgegaan te beoordelen. Zal een helder VU-imago bijvoorbeeld niet aantonen
of de VU werkelijk 'regionaliseert' voor studenten? De tijd staat niet stil. Ook
de secularisering (m.i. zich bevrijden uit verstarde, onbezielde belevingsvor-
men) heeft haar ondergrens, nl. wanneer nieuwe levensbeschouwelijke vormen
worden gevonden. Daarop zal de VU met initiatief moeten aansluiten.
26
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's