Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 87
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
bestaat. Soms echter kreëert het aanbod de vraag. Wat de boer niet kent cnzo.
De VU als instelling heeft na de Werdegang van het gereformeerdendom nooit
struktureel moeite gedaan om studenten de kans te geven in het onderwijs iets
meer dan het gewone te proeven. Ik zeg nadrukkelijk 'als instelling' want er
zijn een aantal fakulteiten op de VU, waar innovatie wel plaats heeft gevonden.
Daar zijn bijvoorbeeld initiatieven vanuit de studentenbeweging als de weten-
schapswinkels en de 'kritiese wetenschap' geïncorporeerd in het onderzoeks- en
onderwijsprogramma, met verrassende resultaten.
Het algemene beeld van de VU wijst echter anders uit. De onderwijspro-
gramma's zijn vrijwel uitwisselbaar met die van andere gewone universiteiten
(overigens niet in roostertechnische zin, maar dat terzijde). Massaal en zoge-
naamd neutraal onderwijs, met weinig tot geen elementen van reflektie op de
relaties wetenschap samenleving en wetenschap levensbeschouwing. Geen
wonder dat sporadisch gegeven kolleges 'filosofie' matig tot niet bezocht
worden en als een verplicht nummer worden gezien. Ze staan in geen verhou-
ding tot de rest van het programma en komen als Fremdkörper over. De
boedelscheiding tussen dat, wat de VU bijzonder maakt (zou moeten maken) en
dat wat elke konsumentgerichte universiteit aanbiedt, is ook duidelijk te zien
aan de marginale positie van Bezinningscentrum en Studium Generale.
De vraag is nadrukkelijk aan de orde of studenten zich nog wel iets willen
laten gezeggen. Moeten we niet juist blij zijn dat we als studenten uit de
knellende banden van de mannenbroeders zijn bevrijd? Ja, natuurlijk. Echter,
mensen die een strikte scheiding willen maken tussen personeel en studenten
als het gaat om deelname aan de 'identiteitsvorming' (waaronder bijvoorbeeld
College van Bestuur-voorzitter Brinkman) zijn slechts uit op het beheersbaar
houden van de universiteit. Bek dicht, leren! En dat was nou juist het aardige
van het idee van de civitas academica: studenten en personeel vormen samen
de academie. In een academisch milieu, waarin nog steeds verondersteld wordt
dat wetenschappelijke disciplines worden beoefend en overgedragen is het een
fictie te veronderstellen dat dat laatste op een strikt neutrale manier gebeurt.
Niet hier en niet elders. Zélfs, of juist in een rigide tweefasenstruktuur heeft
een universiteit de maatschappelijke en intellektuele plicht om minstens haar
eigen schijn-neutraliteit bloot te leggen en bekritiseerbaar te maken. Zonder
dat rest een zielloze kennisfabriek. Als studenten daar bewust van worden
buitengesloten -wat mijns inziens gebeurt met uitspraken met de strekking van
die van Brinkman- wordt een belangrijke rol van de Alma mater terzijde
geschoven.
Op een aantal beleidsgebieden is deze trend waarneembaar. Studenten
worden gedwongen zich afgepaste hoeveelheden kennis in een minimumtijd
eigen te maken, "omdat ze anders strategisch gedrag gaan vertonen"; studenten
worden het liefst uit inspraakorganen geweerd "omdat ze niet deskundig zijn";
het wordt studenten ontmoedigd om in universitaire infrastrukturen te funktio-
85
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's