Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 97
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
voor ethiek en voor handelingsaanwijzingen die vanuit die wetenschap gegeven
kunnen worden.
(c) Verder: bezig-zijn met andere manieren van kennen van, en omgaan mèt de
werkelijkheid dan de traditioneel-wetenschappelijke. Met name is te denken
aan activiteiten rond leerhuis, liturgie en vieringen.
(d) De universiteit zou ook een platform kunnen bieden voor een dialoog
tussen de verschillende religies en wereldbeschouwingen, - op zoek naar "zin"
en "waarheid".
3. Wie zijn er bij betrokken? Wie dienen er bij betrokken te worden?
Die vragen laten zich betrekkelijk gemakkelijk beantwoorden. De faculteit der
wijsbegeerte en de faculteit der godgeleerdheid horen er zeker bij. Evenals het
Bezinningscentrum. En de sectoren Algemene Vorming binnen (clusters van)
fakulteiten; binnen die sectoren Algemene Vorming worden dan opgenomen
gedacht het onderwijs en het onderzoek in de geschiedenis van de (vak)weten-
schap en "wetenschap en samenleving". En natuurlijk zou er verder gezocht
moeten worden naar geïnteresseerde werkeenheden en personen, teneinde de
betrokkenheid in kwaliteit en kwantiteit te vergroten.
4. Hoe dit alles te realiseren?
Het antwoord op die vraag kan alleen het aangeven van enkele hoofdlijnen
zijn:
(a) Door een universitair beleid waarbij de nodige personele en materiële
middelen beschikbaar worden gestcIJ.
(b) Maar ook door een verstandig, doelbewust en helder aanstellingen- en
benoemingenbeleid. Hetgeen in de eerste plaats inhoudt dat met betrekking tot
de christelijke doelstelling van de VU géén algemeen-geldend "instemmings/
dispensatie-model" meer gehanteerd wordt.
En vervolgens zou de volgende beleidslijn moeten gelden:
In de eerste plaats zouden er op inhoudelijke gronden "identiteitsplaatsen"
moeten worden vastgesteld, eventueel variabel in tijd. Dergelijke "identiteits-
plaatsen" dienen dan in belangrijke mate door de faculteiten zelf bepaald te
worden; bij voorkeur zou er tenminste één "identiteitsplaats" per faculteit
moeten zijn. De personen die op zulke plaatsen werken zullen bewust mee
moeten kunnen en willen denken over wetenschap en kuituur vanuit een
christelijk perspectief. In de tweede plaats dient van degenen die andere
plaatsen bezetten slechts te worden verlangd dat zij zich neutraal (in ieder
geval niet als tegenstanders) opstellen tegenover de VU als christelijke instel-
ling. Zij dienen akkoord te gaan met de besteding van zó en zóveel middelen
voor de identiteitsplaatsen (personeel, materieel, infrastruktuur). De vraag die
hun hierover bij hun aanstelling wordt gesteld, kan dan een zeer duidelijke zijn.
95
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's