Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 78
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
situatie van de wetenschap het belangrijk maakt om op een of andere manier
aan de universiteit een gesprek met geloof en godsdienst in stand te houden.
Waarom?
Samengevat komt het antwoord erop neer dat in geloof en godsdienst
dimensies van benadering van de werkelijkheid voorkomen die voor de huidige
wetenschap van groot belang zijn. In de manier waarop geloof en godsdienst
naar de dingen kijken, gaat het vooral om deze drie soorten vragen: 1) wat zegt
dat verschijnsel mij persoonlijk, welke betekenis heeft het voor mij, hoe brengt
het mij tot geloof? Kortom een soort vragen die de persoonlijke instelling
betreffen (de specifiek religieuze dimensie). 2) wat moeten we op grond
daarvan doen? (de morele dimensie). En: 3) waartoe dient dat alles? (de
eschatologische dimensie). Welnu, wanneer de wetenschappelijke benadering
die van het beschrijven en het verklaren is, dan is het verdedigbaar om te
zeggen dat verklaren en beschrijven beter loopt waimeer die drie dimensies
erbij betrokken worden. Wetenschap en universiteit kunnen wel varen bij een
contact met de idealen, waarden en visioenen die in de godsdienst tot uitdruk-
king komen. Dit klinkt nog heel abstract. Daarom zal ik proberen iets concreter
te worden en een poging doen om bij elk van de drie religieuze dimensies een
voorbeeld te geven.
Eerst voor wat betreft de persoonlijke instelling van 'de wetenschapsmens'. Er
zijn vermoedelijk weinig academici die vinden dat kennis, voortgebracht door
wetenschappelijke methoden, de enige vorm van kennis is. De meesten willen
wel toegeven dat er ook andere vormen van kennis bestaan. Maar toch, niette-
genstaande dat men welwillend toegeeft dat er nog andere kennisvormen zijn,
lijkt er in het wetenschappelijk onderzoek en onderwijs een verborgen mecha-
nisme te werken dat voortdurend herhaalt dat wetenschappelijke benaderingen
eigenlijk de hoogste vorm van benadering van de werkelijkheid zijn. Er zit nog
vaak in onze hoofden het beeld van de wetenschapper als een held die onont-
dekte gebieden voorgoed open legt en in kaart brengt. We kunnen ook denken
aan het verborgen effect van een wetenschappelijke theorie die achtergronden
verklaart die 'gewone' mensen niet kunnen begrijpen. Zo'n theorie bevordert de
academische zelfgenoegzaamheid. De wetenschappelijke instelling loopt
daardoor constant het gevaar zelf te weinig wetenschappelijk te zijn. Dat wil
zeggen: ze dreigt voortdurend eraan voorbij te gaan zien dat er zo ontzaglijk
veel principieel niet beschrijfbaars en niet verklaarbaars, niet 'te vangen' is: de
binnenkant van de dingen, de onomkeerbaarheid van de tijd, het toeval, de
onbegrensheid van de ruimte, het zwijgen van mensen. Om het wat pathetisch
te zeggen: de wetenschappelijke instelling dreigt voortdurend voorbij te gaan
aan het geheim van de dingen en het mysterie van het bestaan. Welnu, ik denk
dat juist de voortdurende confrontatie met geloof en godsdienst kan helpen om
de instelling van de academicus wetenschappelijker, zeg maar tastender.
76
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's