Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 68
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
Psychologie en het "bijzondere karakter" van de Vrije Universiteit.
J.J. Beishuizen
Deze bijdrage vormt een verantwoording van mijn visie op de psychologie in
het licht van het "bijzondere karakter" van de Vrije Universiteit, strikt persoon-
lijk en niet als maatgevend bedoeld.
Uitgangspunt
De psychologie staat als menswetenschap tussen enerzijds de natuurweten-
schappen en anderzijds de praktijk van de hulpverlening. In dit opzicht is de
positie van de psychologie vergelijkbaar met die van de medische wetenschap.
Psychologen zijn in de eerste plaats natuurvorsers: ze hebben als object van
onderzoek de mens, en zijn geïnteresseerd in de wetmatigheden of invarianties
van het menselijk gedrag. Men kan bijvoorbeeld onderzoeken onder welke
omstandigheden mensen of dieren leren om onaangename situaties te vermij-
den. Men kan vervolgens nagaan hoé dergelijk geconditioneerd vermijdingsge-
drag wordt toegepast in allerlei met de oorspronkelijke onaangename situatie
verwante omstandigheden. Zo kan men condities op het spoor komen die
bijdragen aan het ontstaan van vermijdingsgedrag, en kan men tevens nagaan
hoe dergelijk gedrag weer kan worden afgeleerd. Menselijk gedrag is tot op
zekere hoogte wetmatig. De wetenschap van de psychologie is erop gericht om
dergelijke wetmatigheden door gecontroleerd onderzoek op het spoor te komen.
Er is echter een tweede aspect, dat evenzeer de aandacht verdient. De psycho-
loog ontmoet de mens ook als subject. Dat geldt bij uitstek voor de psycholoog
als hulpverlener, maar ook voor de psycholoog als onderzoeker: het object van
onderzoek, de proefpersoon, ondergaat niet alleen een experimentele "behande-
ling" maar praat ook uit zichzelf tegen de proefleider. In geen enkele experi-
mentele proefopstelling is de proefpersoon geheel te reduceren tot een "zich
gedragend object". Omgekeerd moet de psycholoog als hulpverlener kennis
hebben van wetmatigheden en invarianties, die gedrag van mensen kenmerken.
Zo kan kennis omtrent de omstandigheden, die leiden tot gegeneraliseerd
vermijdingsgedrag (bijvoorbeeld in de vorm van een fobie), bijdragen aan het
succes van een therapie.
Mijn "eenheid van conceptie" in de psychologie is dus de mens-als-object en
de mens-als-subject. Reductie van de mens tot een van beide alternatieven
maakt zowel wetenschappelijk onderzoek als hulpverlening zinloos. Deze visie
komt voort uit een bepaald mensbeeld, dat in mijn geval is gevormd door
opvoeding en permanente educatie in de joods-christelijke traditie. In mijn
66
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's