Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 36
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
Daar komt nog iets bij. De Vrije Universiteit heeft altijd getracht "het pand te
bewaren" door met betrekking tot de doelstelling min of meer formele eisen te
stellen aan de staf en hoogleraren. Toegegeven, de eisen werden steeds minder
strak geformuleerd. Aanvankelijk geldende voorwaarden in de sfeer van
kerkelijke en politieke bindingen heeft men laten vallen of soepel leren hante-
ren. De mogelijkheid van "dispensatie" betekende een verdere liberalisering.
Maar niettemin bleef sprake van een "inner circle" en mensen die daarbuiten
stonden. Naar mijn mening loopt de VU vast als men het hierin blijft zoeken.
Het zal bij verdergaande specialisaties, ook gezien de toenemende secularisatie
in Nederland, steeds moeilijker worden gekwalificeerde instemmers te vinden.
Functies vacant laten of opheffen, dan wel door tweede rangs kandidaten laten
bezetten zou mijns inziens zelfmoord betekenen. Dat betekent dat als we
dezelfde formele eisen blijven stellen, er over een 10 tot 15 jaar niet voldoende
gekwalificeerde wetenschappelijke staf meer is om de VU overeind te houden.
Ik zou willen pleiten voor een VU als bijzondere universiteit, waarbij het
bijzondere gevonden wordt in de uitgangsgedachte, de inspiratiebron van
waaruit, en niet in een utopisch doel waarheen wordt gewerkt. Die inspira-
tiebron wordt gevormd door de normen en waarden zoals die zuiver en
pregnant in het Evangelie zijn verwoord en voorgeleefd. Men zou dan mogen
spreken van een Christelijk-evangelische levensovertuiging die achter de VU
als onderneming zit. Ik verwacht dat er ook nog lange tijd mensen gevonden
zullen worden die bereid zijn aan dit fundament, aan deze inspiratiebron verder
te werken en deze eigentijds te houden. In de theologische en wijsgerige
faculteit uiteraard, maar ook onder hen die zich bezinnen op theoretische en
ethische vraagstukken in andere disciplines.
Deze uitgangsgedachten zullen dan vertaald dienen te worden in de wijze
waarop men met elkaar (collega's, docent-student) omgaat in onderwijs en
onderzoek, in de keuze van te bestuderen en te behandelen onderwerpen en
hun prioriteiten, in het zich bewust zijn van grenzen en beperkingen bij
experimentatie en dataverzameling, in een sterke verantwoordelijkheid voor de
vraag wat er met de onderzoeksresultaten gebeurt, welke maatschappelijke en
beleidsmatige consequenties deze (kunnen) hebben etc. Ook de universiteit als
geheel dient keuzen te maken in het licht van het genoemde uitgangspunt.
Ontwikkelingssamenwerking, vluchteling-studenten, milieustudies, eugenetica,
rechten van de mens, minderheden, stervensproblematiek er is zo een hele
rij onderwerpen te noemen die hierin passen.
Ik ga ervan uit dat dit "systeem" verder gesteund en gestimuleerd wordt door
faciliterende activiteiten: bezinnningscentrum, studentenpastoraat, universiteits-
pastoraat, conferenties en lezingen, vieringen. Het hoeft niet allemaal op grote
schaal, maar soms wel. De bezinningsconferentie in '69 waarop de vervanging
van de drie formulieren van enigheid door de huidige oecumenische doelstel-
ling werd besproken, het congres "concern about science" bij de viering van
34
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's