Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 55
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
Ze moeten daar niet praten in termen van "afschaffen".
J.A. Montsma
Om te beginnen wil ik afstand nemen van de vraag of het bijzondere van de
VU afgeschaft moet worden. Met de plompe term "afschaffen" kan ik niet
overweg; daarom houd ik het liever op de wel zo aardige vraag of het bijzon-
dere, de christelijke signatuur van de VU moet blijven. Om tot een antwoord
op de zo gestelde vraag te komen moet ik langs drie punten.
Het eerste punt ligt in het gegeven dat de christelijke identiteit van de VU een
steeds vagere zaak wordt. Dat laat zich uiteraard verklaren. Het begrip "chris-
telijk" is ontdaan van zijn confessionele bepaaldheid en wordt in een zo
algemene zin gehanteerd dat het nog maar weinig identificeert. Voorts blijkt
"christelijk" slechts marginaal iets uit te maken voor de wetenschapsbeoefe-
ning; die heeft haar eigen circuit. Maar de directe oorzaak achter de vervaging
is nog een andere. Beslissend voor een christelijke universiteit is dat zij een
gemeenschap is van mensen die hun werk doen vanuit een door de bijbel en de
christelijke traditie gevoede levensovertuiging. Dat is bij de VU niet meer het
geval, eenvoudig omdat zij vanuit haar christelijke achterland niet meer te
bemensen is. De redenering is simpel en dwingend: wil de VU een christelijke
universiteit zijn, dan moet ze er allereerst voor zorgen dat ze een universiteit
is; daarvoor moet zij in toenemende mate een beroep doen op mensen die de
christelijke levensovertuiging niet zijn toegedaan. Deze situatie zal voorlopig
de weg van de VU bepalen. Ik bedoel dan de weg naar voren toe, want een
weg terug is er niet.
Mijn tweede punt ligt in de overweging dat de geschetste situatie niet weg-
neemt dat een christelijke universiteit nog steeds als een groot en zelfs noodza-
kelijk goed beschouwd kan worden. Ik denk dan aan een gemeenschap die
uitgaat van de religieus-ethische grond en strekking van het vragen naar mens
en wereld, en die inderdaad gemotiveerd wordt door het willen dienen van God
en zijn wereld. Een gemeenschap die de tijd neemt voor de vraag waar wij met
onze wetenschapsbeoefening eigenlijk op uit zijn. Voor die vraag hoeft men
geen christen te zijn; evenmin voor de vraag wat er in onze cultuur met de
mens gebeurd is. Maar naar hun aard moeten die vragen ook nadrukkelijk
vanuit de christelijke traditie aan de orde gesteld worden. En omdat zij in
onderzoek en onderwijs geen vragen naast, maar in alle andere zijn, zouden zij
ook niet de zorg van een aantal geïnteresseerden of van enkele faculteiten
moeten zijn, maar van de universiteit als geheel. Daarom: christelijke universi-
teit.
53
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's