Vormen, vorming, gevormd - pagina 80
De Disputorenraad en het Vormingscentrum aan de Vrije Universiteit, 25 jaar retroperspectief
Hoofdstuk 6a Joke Donk
Projecten in de Jaren zeventig deel 1
Project student-sex-relatie 1973-1977
Toen, anno 1973 startte ik - vervuld van het jeugdige elan van de wereldverbeteraar
en nog niets vermoedend van de rel die later zou losbarsten - een project Student-
sex-relatie. Nu, anno 1991 een kleine achttien jaar later, bereikt mij - inmiddels
"wiser but sadder" - het verzoek hierover iets te schrijven voor een jubileumuitgave
van het Vormingscentrum.
Een mengeling van weerzin (dit is een gepasseerd station, er is inmiddels al weer zo
veel gebeurd) en trots (wat was ik toen jong, dat ik dat allemaal zo maar durfde,
kennelijk vindt men het achteraf nog de moeite waard) vervult me.
De vragen die zich onvermijdelijk na zo'n kleine twee decennia aan mij opdringen
zijn: heeft het project zin gehad? En ook, hoe is het verder gegaan? Bestaat er nog
een project seksuele voorlichting, hoe zou dat er uitzien, hebben studenten nog
voorlichting nodig, wat voor problemen hebben ze? Ik ben niet op de hoogte van de
recente onderzoeken, maar ik vermoed dat het er door de ziekte AIDS niet makke-
lijker op geworden is.
Waarom seksuele voorlichting voor studenten?
In de periode van 1969 tot en met 1973 werd een viertal onderzoeken verricht in de
universiteitssteden Delft, Rotterdam, Leiden en Utrecht over de seksbeleving van
studenten. Deze onderzoeken werden verricht door de betreffende universiteiten in
samenwerking met het Nederlands Instituut voor Sociaal Seksuologisch Onderzoek
(NISSO). De conclusie van de onderzoeken luidde: "Het lijkt in ieder geval duidelijk dat
het nogal overtrokken beeld van de vrije losbandige student bepaald niet opgaat.
Integendeel, de student heeft minder sexuele ervaring dan zijn niet-studerende leeftijds-
genoot. (Ongeveer 30% van de eerstejaars had coïtus-ervaring). Hoewel de opvattingen
over sex in de zestiger jaren wat vrijer zijn geworden, is er van een sexuele revolutie zeker
geen sprake. De norm die onder studenten heerst ten aanzien van voorechtelijk geslachts-
verkeer is "permissiveness with affection", d.w.z. voorechtelijk geslachtsverkeer is
toegestaan, mits ondergebracht in een vaste relatie." Uit de onderzoeken bleek ook dat
de student behoefte had aan voorlichting: "83% geeft aan wel meer te willen weten over
onderwerpen die met sexualiteit samenhangen. De gewenste voorlichting wordt niet in
voldoende mate door de universiteit gegeven: 76% geeft aan het te zullen waarderen als
de universiteit sexuele voorlichting aan studenten zou geven, terwijl zelfs 18% dit de taak
van de universiteit acht. Een hoog percentage geeft aan op het ogenblik met één of meer
problemen te zitten. Ruim de helft wenst meer voorgelicht te worden over anticonceptie.
Het meest werd informatie gevraagd over relationele aspekten (b.v. het verschil in
beleving van sexualiteit tussen man en vrouw en probleemonderwerpen b.v. ge-
slachtsziekten, instanties voor sexuele hulpverlening en abortus)."
De onderzoeken bevatten tevens een advies voor een voorlichtingsprogramma. De voor-
lichtingsmethoden die studenten blijkens de onderzoeken hogelijk waardeerden waren
voorlichtingsfilms, gespreksgroepen en schriftelijke informatie. Op grond van deze on- 78
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's