Vormen, vorming, gevormd - pagina 107
De Disputorenraad en het Vormingscentrum aan de Vrije Universiteit, 25 jaar retroperspectief
Vrouwenstrijd op de universiteit
In de tijd dat de studentenbeweging op de VU op z'n laatste benen liep, maakte de
vrouwenbeweging een periode van grote bloei door. In feite drong de vrouwenbeweging
op de universiteit pas laat door. Algemeen maatschappelijk gezien werd er door vrouwen
al jaren gediscussieerd en strijd gevoerd in praatgroepen en actiegroepen als Dolle Mina
en Blijf van mijn lijf. Op de VU ontstonden eerst praatgroepen. Aanvankelijk hadden
deze weinig te maken met de studie of de positie van vrouwen op de universiteit. Eén van
de vrouwen van Sociale Pedagogie, die actief was in deze praatgroepen-cultuur, nam in
1977 zitting in het bestuur van het Vormingscentrum. Zij richtte in dat jaar het Interfa-
cultair Vrouwenoverleg op via contacten met bestaande vrouwenpraatgroepen op ver-
schillende faculteiten. Actieve groepen waren er onder meer op de faculteiten Medicij-
nen, Sociologie, Psychologie, PAW, Rechten en Geschiedenis.
Het Vrouwenproject werd een zelfstandig project binnen het Vormingscentrum (aan-
vankelijk alleen gedragen door een student-bestuurslid, het jaar daarna ook door een
medewerkster) met onder meer als taak de begeleiding van het IVO en het stimuleren en
begeleiden van nieuwe vrouwengroepen. Het IVO stelde zich tot taak de positie van
vrouwen op de universiteit aan de orde te stellen en op de verschillende faculteiten te
komen tot vrouwenstudies.
Het jaar daarna had het IVO - e n daarmee het Vrouwenprojectvan het Vormingscentrum
- vooral een inhoudelijke oriëntatie: er werd een vrouwencongres georganiseerd over
vrouwen en moederschap, waarin de dubbele positie van vrouwen op de universiteit (als
studente op carrière gericht, als vrouw de mogelijkheid van moederschap; ook de
"moederrol" van vrouwen ten opzichte van mannelijke collega's, zoals het broodjes
smeren tijdens bezettingen) aan de orde werd gesteld. Daarnaast hield het congres een
inhoudelijke kritiek in op de "mannelijke" psycho-analyse (vergelijk Nancy Chodorow)
en was als zodanig een aanzet tot Vrouwenstudies op de sociale faculteiten.
Het besef groeide dat de wetenschap veel lege plekken en vooroordelen vertoonde in
onderwijs en onderzoek waar het vrouwen betrof. Wilde Vrouwenstudies een plek
krijgen in het reguliere onderwijs en onderzoek, dan moesten vrouwen ervoor zorgen dat
ze een positie veroverden op de universiteit. Het daaropvolgende jaar lag de nadruk dan
ook op:
• het organiseren en begeleiden van nieuwe vrouwen in overleggroepen (Buurt-
huisvrouwen Uilenstede, bèta-vrouwen);
• de publicatie van het boekje Vrouwzijn en studeren, een heksentoer voor eerste-
jaarsstudentes;
• het schrijven van nota's aan de Universiteitsraad om te proberen een formele
positie te veroveren, wat uiteindelijk resulteerde in de aanstelling van een
Emancipatiewerkster;
• het doen van voorstellen te komen tot de oprichting van een kinderdagverblijf, wat
pas jaren later gerealiseerd werd.
Ook het project Sexualiteit en Relatievorming werd in deze periode sterk geïnspireerd
door het feminisme: in gescheiden mannen- en vrouwengespreksgroepen werd een
aantal normen aan de orde gesteld, dat als onderdrukkend voor vrouwen werd gezien,
zoals de "norm van het neuken" en de "dwang tot heterosexualiteit". Ook werd er een
avond georganiseerd over pornografie, die veel belangstelling trok. Door de kracht van
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's