Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 101
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
Met ambitie en durf nieuwe doelstellingen aanvatten.
S.J. Noorda
0.1 De vraag of het bijzondere van de VU afgeschaft dient te worden is
gemakkelijk te beantwoorden. Nee, natuurlijk moet het bijzondere van de VU
niet afgeschaft worden. Wie zou dat in z'n hoofd halen in een tijd waarin elke
Nederlandse universiteit haar best doet een eigen gezicht te laten zien, zich
zelfstandig te profileren. Universiteiten willen zich van elkaar onderscheiden,
ten opzichte van Den Haag en Zoetermeer, maar vooral ook ten opzichte van
studenten en andere afnemers van wetenschappelijk onderwijs en onderzoek.
Niet meer van hetzelfde, verschil moet er zijn.
0.2 Omdat deze vraag gemakkelijk te beantwoorden is, vermoed ik dat ze moet
worden opgevat in de zin van: moet het bijzondere van de VU als christelijke
universiteit blijven wat het is? Op deze vraag is mijn antwoord: het bijzondere
van de VU moet blijven en versterkt worden, maar de manier waarop we het
omschrijven en hanteren zou veranderd moeten worden. Ik zal dat proberen toe
te lichten.
1.1 ledere universiteit is als instelling voor wetenschapsbeoefening meer dan
een werkplaats waar een wetenschappelijk ambacht wordt uitgeoefend en
studenten het vak leren. De aard van het wetenschappelijk bedrijf brengt met
zich mee dat het een dynamisch onderdeel is van het geheel van de cultuur.
Aan haar culturele omgeving ontleent de wetenschap haar vooronderstellingen
en aan die cultuur draagt ze in positieve of negatieve zin, volgzaam of kritisch
haar stenen bij.
De VU heeft in dat verband de specifieke pretentie dat ze in gehoorzaam-
heid aan het Evangelie van Jezus Christus al haar arbeid richt op het dienen
van God en Zijn wereld. Zo wordt, althans sedert 1971 en tot nu toe, het
bijzondere van de VU getypeerd.
1.2 Wie deze pretentie ernstig neemt, aanvaardt in de eerste plaats een zeer
specifieke kritische maatstaf (dient de universiteit God en zijn wereld of niet?)
en veronderstelt ten tweede een zodanige feitelijke hantering ervan, dat het
effect merkbaar is. Op beide punten geef ik mijn oordeel over de bestaande
situatie, kort en dus heel globaal.
1.2.1 In de praktijk wordt de genoemde specifieke maatstaf m.i. slechts in
beperkte mate uitdrukkelijk aanvaard. Ik constateer een grote aarzeling een
expliciet religieuze doelstelling (want dat is de doelstelling van de VU) met
99
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's