Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Vormen, vorming, gevormd - pagina 77

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vormen, vorming, gevormd - pagina 77

De Disputorenraad en het Vormingscentrum aan de Vrije Universiteit, 25 jaar retroperspectief

3 minuten leestijd

tuur. Het hoofd van het Bureau krijgt meer greep op de organisatie.

Het jaar daarop worden studentbestuursleden gericht geworven op hun deskundigheid

op het terrein van de verschillende projecten. Bestuursleden besteden vijf dagdelen per

week aan hun taak (tegen een bescheiden financiële vergoeding).

In de mate waarin men in staat is zijn deskundigheid te gebruiken, ligt zeker ook een deel

van de fricties. Want al lopen er dan inmiddels heel wat beroepskrachten rond (de stu-

dentbestuursleden meegerekend, als aspirant-professional), ieder jaar verversen die

weer en maakt weereen nieuwe lichting een leerpoces door. Het is de vraag of de betaalde

krachten destijds voldoende in staat waren daar leiding aan te geven. Waar ze dan al in-

houdelijk genoeg boven de materie stonden, maakte de organisatievorm het welhaast

onmogelijk dat het Vormingscentrum tot een doelgericht werkende organisatie uit kon

groeien. En, zoals gezegd, ligt in de aard van het werk natuurlijk een begrenzing. Boven-

dien zijn dit de gevolgen van de keuze, het Vormingscentrum via veredeld vrijwilligers-

werk een plaats te laten zijn waar studenten vingeroefeningen kunnen doen.

De betrokkenheid van de studentbestuurders speelt eveneens een rol bij de uitbouw van

het werk. Een deel van het bestuur bestond uit stagiaires. Johan de Jong herinnert zich

dat een deel van de studenten die hun stage in die periode bij het Vormingscentrum ver-

vulden, er niet echt op uit was methoden te ontwikkelen die pasten binnen de gedachten

van politiek vormingswerk voor studenten. "Voor hen was het een makkelijke manier

om aan een stage te komen. De themagroep herbergde een serie stagemogelijkheden in

zich, waar je zelf niet zo makkelijk aan kwam. Op de docenten binnen de vakgroep

hoefde je toen nietje hoop te vestigen. Dus wie wat wilde leren kwam al gauw bij de

themagroep terecht. Ze waren vooral geïnteresseerd in de praktijk en dat kon binnen het

Vormingscentrum natuurlijk goed ingevuld worden. De hele ideologische discussie die

er omheen zat, namen ze dan maar voor lief."

Het niet rechtstreeks doorvertalen van theoretische inzichten heeft ook te maken met de

taak van het bestuur. Dorry Dekkers en de anderen spreken in hun bestuursjaar (1975/

76) al over het vele werk dat gedaan moest worden en het hanteren van vuistregels. En

dat heeft voortdurend gegolden voor studenten die binnen het Vormingscentrum aan de

slag gingen. Het waren de types die zich thuis voelden in concreet werk naast verdieping

in theorie. Ze wilden bestuurlijke ervaring opdoen.

Voor degene die wel belangstelling had voor organisatievraagstukken was er geen

algemeen referentiekader. Dergelijke opvattingen pasten niet binnen de aandacht van de

themagroep Politieke Vorming die alleen belangstelling toonde voor het ontwikkelen

van een op marxistische grondslag gebouwde "materialistische vormingstheorie". Dus

moest de bestudering individueel gebeuren, met het gevolg dat de kennis niet over-

gedragen werd naar anderen. In die periode was organisatieontwikkeling nog geheel

buiten beeld. En waar de interesse er wellicht wel was, was het politieke klimaat er niet

naar. In de linkse beweging was het, zo niet verboden, dan toch minstens ongepast om

zich de literatuur uit de organisatiekunde toe te eigenen. Dat werd geassocieerd met

behoudende krachten die er op uitwaren de arbeider te onderdrukken, te beheersen. Het

politieke standpunt was het organisatieprincipe. Pas in deze tijd behoren management,

doelgericht leidinggeven, marketing en functioneringsgesprekken ook binnen not-for-

profit instellingen steeds meer tot het dagelijks taalgebruik, wat de analyse van de ont-

wikkeling van het Vormingscentrum vergemakkelijkt.

Binnen het Vormingscentrum was er geen visie op hoe leidinggegeven kan worden aan

professionals, zoals binnen de organisatiekunde hoog opgeleiden aangeduid worden.

75 Deze professionals zijn door hun kennis van zaken in staat zelfstandig vorm te geven aan

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's

Vormen, vorming, gevormd - pagina 77

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991

Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's