Vormen, vorming, gevormd - pagina 82
De Disputorenraad en het Vormingscentrum aan de Vrije Universiteit, 25 jaar retroperspectief
worden vertoond.
Blijkens de verslagen die de discussieleiders gemaakt hadden kwam een aantal proble-
men aan de orde:
• ethische vragen (welke relatie moet er zijn om met elkaar naar bed te gaan);
• het loskomen van het conservatief a-seksueel milieu;
• de vraag waarom de vrouw altijd voorbehoedmiddelen (pil) moet gebruiken;
• de acceptatie van homofilie;
• het thema eenzaamheid: alleen in de grote stad; hoe leg je contacten?
De avonden bleken in een behoefte te voorzien en de opzet was goed bevallen. De DRVU
besloot het project op te nemen in de Sociale Introduktie 1974. Omdat de studentenartsen
en -psychologen hun steun verleenden, werd het door de hoge heren geaccepteerd. Een
bezorgde bestuurder vroeg tijdens een vergadering of er wel een arts bij betrokken was
en of het allemaal wel verantwoord was. Gelukkig wilde een toenmalige studentenarts,
dokter Weisz, zijn autoriteit aan het project verbinden.
Ik verwierf een stageplaats bij de DRVU om het programma te organiseren. Voor het
programma-onderdeel Student-sex-relatie in de Sociale Introduktie 1974 formuleerden
we de volgende tussentijdse doelstellingen:
• het bespreekbaar maken van seksualiteit en relaties in samenhang met de nieuwe
situatie waarin de student terechtkomt;
• het geven van informatie over anticonceptie, seksuologie, enzovoorts;
• de student reeds bij aankomst aan de universiteit kennis laten maken met de
welzijnswerkers aan de VU (arts, decanen) en hulpverlenende organisaties daar-
buiten.
Methoden:
1. Schriftelijke informatie: het boekje Alleen of niet alleen werd uitgedeeld aan alle
eerstejaars.
2. De diaserie HET. De serie werd vijf dagdelen vertoond in een zaal met telkens
ongeveer 200 studenten. In de diaserie komen studenten aan het woord die iets
vertellen over hun opvattingen en ervaringen op het gebied van seks en relaties.
Tevens bevatte zij enige informatie over anticonceptie. De functie van de diaserie
was vooral een aanzet te geven tot discussie.
3. Discussiegroepen. Brochures en films hebben hun beperkingen als voorlich-
tingsmethoden. De voorlichter weet niet hoe zijn boodschap overkomt, de voor-
gelichte kan geen vragen stellen en niet actief reageren op de aangeboden infor-
matie. Bovendien leidt kennis niet altijd tot het ook daadwerkelijk toepassen van
die kennis, zeker bij emotioneel beladen onderwerpen als seksualiteit. Neem
bijvoorbeeld de student die wel alles weet van voorbehoedmiddelen maar die, als
puntje bij paaltje komt, toch geen voorbehoedmiddelen gebruikt. Discussiegroep-
jes bleken een goede manier te zijn om informatie te verwerken. De deelnemers
zijn actief en kunnen reageren op de aangeboden informatie. Ze worden gecon-
fronteerd met andere meningen en kunnen zo beter hun eigen keuze bepalen. De
aangeboden informatie kan op een persoonlijke manier verwerkt worden, waar-
door deze effectiever wordt. De gesprekken in de mentorgroepjes werden geleid
door discussieleiders die hiervoor een speciale training van het Bureau Studen-
tenpsychologen hadden gehad.
4. Een informatiemarkt met stands van VU-welzijnswerkers en andere hulpverle- 80
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's