Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 39
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
levensbeschouwelijke waarden overgedragen zien op hun kinderen. Vandaar het
motto "de school is van de ouders" (d.w.z. niet van de staat en evenmin van de
kerk!). Nu kan men deze gedachtengang met betrekking tot het bijzonder
lager- en voortgezet onderwijs nog begrijpen. Moeilijker wordt het met een
universiteit als de VU. Een student gaat doorgaans niet naar een universiteit
omdat zijn/haar ouders dat willen (bij wijze van een continuering van de
situatie op lagere school en VWO) maar vanwege een reeks van andere
overwegingen. "De universiteit is van de ouders" doet voor de VU toch wat
vreemd aan. D.w.z. de argumentatie voor het in stand houden van bijzonder
basis- en voortgezet onderwijs is van een andere orde dan die voor het al dan
niet handhaven van het bijzondere karakter van de VU. Regelmatig tijdens de
studie wederkerende religieus-godsdienstige momenten waar iedere student aan
de VU mee te maken heeft - zoals bijv. het geval is voor leerlingen op
christelijke basisscholen - bestaan niet. Een student die er echt naar op zoek
gaat kan het, zeer incidenteel, vinden. Maar de meesten doen dat niet. Natuur-
lijk, aan de VU worden dominees opgeleid, zijn er wijsgeren die over (christe-
lijke) ethiek nadenken en er soms colleges over geven, is er een groep mensen
die met levensbeschouwelijke vraagstukken bezig zijn (het Bezinningscentrum)
maar dit alles doet zich eerder voor als algemeen academisch randverschijnsel
dat men in enigerlei vorm ook aan andere instellingen voor hoger onderwijs
wel aantreft, dan als het wezen van de VU waardoor wij héél anders zijn dan
de rijksuniversiteiten.
Er is een periode geweest dat de VU zijn studenten uit protestants-christelijke
kringen uit het hele land kreeg. Thans - ik zeg zeker niets nieuws - wordt de
universiteitskeuze hoofdzakelijk bepaald door geografische nabijheid en/of door
de faam van een faculteit of docent. Dit geeft ook aan dat het eerder genoemde
emancipatie-argument (Kuyper, de kleine luiden enz) achterhaald is: de kleine
luiden zijn geëmancipeerd. Iemand die geëmancipeerd is en dat is of wil zijn
vanuit een christelijk geïnspireerd gezichtspunt, probeert dat te realiseren waar
hij woont en werkt. Als het nu zo zou zijn dat de VU studenten opleidt om na
de opleiding elders optimaal op die geëmancipeerd-christelijke wijze te kunnen
functioneren, dan zou dat wellicht een goede reden zijn om voor handhaving
van het bijzondere karakter van de VU te blijven pleiten. Maar zo is het niet.
Een student kan aan de VU doctorandus of meester worden zonder ooit met
kerk en christelijke waarden geconfronteerd te worden, althans niet vaker dan
buiten de VU het geval is. ledere analogie tussen VU en (bijv.) christelijke
basisschool ontbreekt. Die analogie is er ooit wel geweest. Rudimenten daarvan
heb ik als student nog meegemaakt: het gebed voorafgaande aan ieder eerste
college van een dag, verplichte wijsgerige vorming voor iedere eerste jaars
student (destijds de colleges van S.U. Zuidema), talloze discussiegroepen van
studenten (SAUL bijv.), en zo meer. Dat alles bestaat nu niet meer of in het
beste geval in een sterk afgeslankte vorm. Het draagvlak van het bijzondere
37
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's