Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 11
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
Inleiding.
Eén van de bijzonderheden van deze universiteit is dat er regelmatig discussies
ontbranden over 'het bijzondere' van de VU. Maar in de grond van de zaak is
dat voor de VU zelf niet echt bijzonder. Immers, de VU werd in 1880 opge-
richt vanuit een verzet tegen de tijdgeest. En het ligt eigenlijk voor de hand dat
wanneer verzet aan de basis ligt van het bestaan van een instelling, er met
enige regelmaat nagegaan wordt of er nog wel gronden zijn voor dat bestaan.
Die tijdgeest waar Abraham Kuyper en zijn medestanders zich tegen verzet-
ten, kwam neer op een mentaliteit die wetenschap als een puur objectieve
bezigheid beschouwde en die de universiteit zag als een neutrale instelling.
Maar feitelijk was het ook een mentaliteit die wetenschap en universiteit
uitleverde aan de verburgerlijkte belangen van de samenleving. Daartegenover
plaatsten Kuyper c.s. een universiteit en een wetenschap die zich alleen
dienden te plaatsen onder het woord van God. Zodat wetenschap vrij zou zijn
van invloed van mensen. En dat betekende in concreto: vrij van de staat en van
het maatschappelijk instituut "kerk", alleen gebonden aan de gehoorzaamheid
van het woord van God.
Alleen, het probleem was dat het woord van God toch altijd door mensen
moest worden geformuleerd. In de begintijd van de VU waren dat overtuigde
gereformeerden, vertegenwoordigers van het zogeheten gereformeerde volks-
deel. Wetenschap en onderwijs dienden dan ook, zo meende men, niet alleen
beoefend te worden vanuit calvinistisch-gereformeerde beginselen, maar er ook
intern door getekend te worden. Zo zegt artikel 2 van het oude reglement voor
de universiteit, dat men wilde werken "in diepe afhankelijkheid van de mo-
gendheid des Heren", daarbij "eniglijk steunende op de genade Gods". En dat
op de grondslag van de gereformeerde beginselen en met het doel om zich
dienstbaar te maken aan "de bevordering van Gods eer en de godzaligheid in
den lande".
Zolang het gereformeerde volksdeel voor binnen- en voor buitenstaanders
een duidelijk herkenbare eenheid vormde, leverde dat nauwelijks problemen op.
Er werd dan ook tot in de jaren zestig toe betrekkelijk weinig gediscussieerd
over 'het bijzondere' van de VU. Dat veranderde toen voor iedereen duidelijk
was geworden dat er niet langer over "het" gereformeerde volksdeel als eenheid
gesproken kon worden. De grenzen tussen de gereformeerden en de anderen
waren open gegaan. De VU moest dus ook een gewone universiteit worden.
Paradoxaal genoeg had juist deze ontwikkeling tot gevolg dat er zoveel jaren
na Kuyper weer fundamentele discussies op gang kwamen over wat een
christelijke universiteit en een christelijke wetenschap zou moeten zijn. Eén
van de opvallendste manifestaties van die discussies was het zogenaamde
senaatscongres van januari 1968. Op dat congres van VU-hooggeleerden
9
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's