Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 27
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
Kiezen of delen.
J.L.K. van der Veen
Zolang de VU te 'gewoon' is om 'bijzonder' te zijn en nog te 'bijzonder' om
'gewoon' te zijn, en, zolang het VU-bestuur het 'gewone' nauwelijks 'bijzonder'
benadrukt, zet zij haar 'meerwaarde' succesvol in voor haar ondergang als
'gewoon bijzondere' imiversiteit. Ik betreur die tendentie. Bovendien vraag ik
mij af of er voldoende toekomst is voor de VU als 'gewone' universiteit.
De nu al bijna twintig jaar durende ambivalentie lijkt bestuurlijk te zijn
geïnternaliseerd, maar eist juist daardoor steeds meer haar tol: groeiend verlies
aan geloofwaardigheid van de VU naar binnen en naar buiten toe, toenemende
onvrede, onverschilligheid. Terecht en tijdig schrapte de VU begin jaren
zeventig haar pretentie een gereformeerde universiteit met een eigen christelijke
wetenschapsbeoefening te zijn. De maatschappelijke ontwikkeling - ontzuiling,
democratisering, individualisering, secularisering - eiste ruimte: erkenning van
pluriformiteit en dialoog. De VU als open christelijk-oecumenische universi-
teit. Die stap van 'pretentie' (het gegeven; van bovenaf; meer collectieve
beleving) naar 'intentie' (het streven; van onderop; individuele beleving) kreeg
echter m.i. te weinig overtuigende bestuurlijke (bege)leiding. Anno 1990 denk
ik dat de vernieuwde identiteit meer aanpassingsgedrag (passief) was dan
bezielde innovatie (actief). Een nieuw, eigentijds en vooral helder VU-imago
leverde die daarom naar mijn mening ook niet op. Integendeel, het VU-imago
is door ambivalentie verbleekt.
Op papier lijkt het (intern) allemaal in orde. De verhouding 'geloof en
wetenschap' lijkt bestuurlijk te zijn gekanaliseerd. Het universiteitsbestuur moet
zich tevreden hebben gevoeld, toen het mei 1990 vaststelde dat er langzamer-
hand binnen de VU "consensus (lijkt) te bestaan over de lijn dat geloof en
wetenschap zeer verschillende, maar gelijkwaardige wijzen van kennen zijn, die
naast elkaar staan, elk met een eigen bereik, zonder hiërarchie a priori".
Interactie en integratie tussen beide worden allereerst een persoonlijke ervaring
van het personeelslid genoemd. Individuele beleving van de 'samenspraak'
tussen beide wordt bij de docent en de onderzoeker verondersteld. Daarnaast
wordt, aldus het VU-bestuur, ook getracht collectief inhoud aan die 'samen-
spraak' te geven in onderwijs en onderzoek en bezinning gestimuleerd (Ont-
wikkelingsplan 1991-1994). Is dat verbale VU-beeld, ondanks concretise-
ringen als 'bijzonder' onderzoek in het Universitaire Stimuleringsfonds, een
Bezinningscentrum, het recent opgerichte Instituut voor Ethiek, wel in over-
eenstemming met de realiteit: de beleving van de VU-bevolking?
Veelzeggender kan het niet: anno het academisch jaar 1990-1991 een
symposium met als ondertitel 'Moet het bijzondere van de VU afgeschaft
25
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's