Vormen, vorming, gevormd - pagina 142
De Disputorenraad en het Vormingscentrum aan de Vrije Universiteit, 25 jaar retroperspectief
Hoofdstuk 10b Bert Rovers
Het Vormingscentrum gaat door
Het Vormingscentrum van de tweede helft
van de jaren tachtig tot op heden
In het najaar van 1984 stelde de studentenbeweging niet veel meer voor. De
Tweefasenstructuur had geleid tot een toenemende studiedruk en minder vrijheid
voor de student. De situatie was duidelijk: initiatieven moesten van het Vormingscen-
trum komen. De eerste aanzetten werden gegeven door de beroepsperspectieven van
(vrouwelijke) studenten onder de loep te nemen middels werkloosheids- en vrouwen-
projecten, door het ontwikkelen van een eigen trainingsaanbod en door een scala
van kleinere activiteiten.
Het was zaak om het al of niet succes hebben van deze initiatieven te evalueren, te plaat-
sen binnen de actuele situatie op de universiteit en om te smeden tot andere nieuwe
werkvormen. De naamsbekendheid van het Vormingscentrum moest toenemen en om
dit te bereiken moest menrisico'snemen. "Het is belangrijk dat medewerkers openstaan
voor ontwikkelingen die zich binnen de universiteit voordoen. Zij moeten afstand
durven nemen van hun eigen studietijd, fouten durven maken enrisico'sdurven nemen"'
In de volgende pagina's staat beschreven waar dit toe geleid heeft. Ruwweg valt de
tweede helft van de jaren tachtig te verdelen in de periode tot 1988 waarin het aantal
activiteiten drastisch is toegenomen en dreigende bezuinigingen met succes worden
afgeweerd en de periode na 1988 waarin, in een nieuwe behuizing, bezinning noodza-
kelijk wordt om het succes in goede banen te leiden.
De behoefte van de student
Een rode lijn in de discussies binnen het Centrum in de jaren 1984/86 is de steeds terug-
kerende vraag naar "de behoefte van de student anno nu". De discussie wordt vanuit ver-
schillende invalshoeken gevoerd en vanuit diverse niveaus geïnitieerd.
In de eerste plaats functioneert de vraag naar de behoefte van de student als onderzoeks-
opdracht voor de inmiddels aangetrokken dienstweigeraar. De onderzoeker moet nagaan
hoe vormingsprogramma's bij studenten overkomen, hoe zij deze waarderen en beoor-
delen en hij moest conclusies trekken over het soort programma's dat het centrum zou
moeten organiseren.
In de tweede plaats vormt de vraag een uitnodiging aan het studentenbestuur van het Vor-
mingscentrum om het feit, dat zij studenten zijn, te gebruiken en met voorstellen te ko-
men. Tot slot is de vraag, in gewijzigde vorm, ook van belang op het niveau van univer-
siteit en overheid, waar men zich in verband met profilering, respectievelijk bezuinigin- 140
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 160 Pagina's