Vrij van kerk, staat en... verleden - pagina 47
Moet het bijzondere van de VU worden afgeschaft? Medewerkers en studenten van de Vrije Universiteit geven hun mening over zin/onzin van een bijzondere universiteit in de jaren negentig.
Afschaffen??
C. Boekestijn
Deze vraag kan niet goed worden beantwoord zonder te vragen naar de
intenties en pretenties van de oprichters van de Vrije Universiteit tegen het
einde van de negentiende eeuw. Als wij afzien van bijkomende motieven dan
werden zij gedreven door twee belangrijke overtuigingen.
De eerste: tegen de toen heersende opvattingen en tegen het benoemingsbe-
leid aan de rijksuniversiteiten hielden zij staande dat het Christelijk geloof de
beoefening van de wetenschappen niet in de weg staat. Sporen van dat geloof
zouden uit de resultaten moeten blijken. Sommigen spraken daarom over het
ideaal van een Christelijke wetenschap.
De tweede: voor studie van natuur, mens, maatschappij en cultuur is een
universiteit met alle faculteiten onontbeerlijk. De resultaten van die studie
zouden ook van groot belang zijn voor de zgn. achterban. Het zou zaak zijn
naar de vragen uit die achterban te luisteren en de vruchten van wetenschappe-
lijk werk met hen ie delen.
Hoewel ik de formulering van deze uitgangspunten zou aanpassen gelden deze
mijns inziens in 1990 nog. Natuurlijk is er veel veranderd. Oude vragen
werden geherformuleerd, traditionele antwoorden zijn heroverwogen, nieuwe
antwoorden zijn gegeven. In ons land en daarbuiten is veel in een stroom-
versnelling gekomen. Men kan zelfs opmerken, dat de universiteiten zelf - en
wel in toenemende mate - hebben gefunctioneerd als motoren voor die
veranderingen, ook voor veranderingen in geloven, denken en verantwoord
handelen.
Ik noem slechts enkele voorbeelden. De ontwikkeling van technisch en
medisch kunnen, de daardoor toegenomen beheersbaarheid van natuurlijke
processen, de stuurkunde van sociale processen, de toegenomen welvaart en
opleiding, de democratisering. Dit alles schiep een geheel ander cultureel
klimaat, dat niet heeft nagelaten invloed uit te oefenen op het bewustzijn en de
mentaliteit van wat de moderne mens wordt genoemd.
Het valt mij op, dat in dat moderne bewustzijn een gespletenheid voorkomt.
Enerzijds vindt men een triomfantelijk optimisme over de machtige moge-
lijkheden van de mens, vooral op het gebied van de natuur- en levenswe-
tenschappen. Anderzijds proeft men teleurstelling en onmacht om de oplossing
van dringende wereldproblemen ook maar een stapje dichterbij te brengen.
Ik wil hier bij één aspect van dat moderne bewustzijn stilstaan. Door velen is
gewezen op het verlies van het besef van transcendentie, op een realiteitsbele-
ving, die zich beperkt tot wat voor ogen is. Dit horizontalisme wordt ook
45
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van dinsdag 1 januari 1991
Publicaties VU-geschiedenis | 116 Pagina's