Medische psychologie - pagina 218
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
216 Huisman
met een onzekere prognose. Wanneer de diagnose wordt gesteld, betekent dat
meestal voor kind en ouders de confrontatie met een ziekte die overwonnen kan
worden, maar die ook tot de dood kan leiden. Door de arts verstrekte prognoses
omtrent overleving worden uitgedrukt in statistische maten en bieden, hoe
hoopgevend eventueel ook, nooit absolute zekerheid: voor de individuele patiënt blijft
het een kwestie van leven of dood.
De diagnosestelling is voor het kind een overweldigend en bedreigend gebeuren. In
de regel zónder hierop te zijn voorbereid wordt het kind in een ziekenhuis opgenomen
en in zeer korte tijd ondenworpen aan veel, ingrijpend en vaak pijnlijk onderzoek. Dit
om zo snel mogelijk de exacte diagnose te stellen en met een daarop afgestemde
behandeling te kunnen beginnen. Daarbij komt dat de ouders geschokt zijn en gebukt
gaan onder een extreme emotionele stress. De angst voor verlies van hun kind is in
deze fase in veel gevallen allesoverheersend. De bij hen optredende emotionele
reacties lijken op de reacties die beschreven zijn bij rouw." Ongeloof ("Het kan niet
waar zijn") en verdoving ("Het dringt niet echt door; het is onwerkelijk"), boosheid,
schuldgevoel en angst komen vaak voor. De emoties van de ouders zijn voor het kind
veelal waarneembaar of voelbaar en zullen zijn eigen angsten kunnen vergroten.
De behandelingen van kinderen met kanker zijn ingrijpend, zwaar en vaak langdurig.
Ze gaan over het algemeen gepaard met ernstige lichamelijke bijwerkingen, kunnen
mutileringen tot gevolg hebben en complicaties van de behandeling zijn niet
ongebruikelijk. Voor veel gezinnen is de afstand van huis tot het ziekenhuis groot en
ontregelen bezoek en reistijd het gezinsleven.
De literatuur over de psychosociale aspecten van kanker bij kinderen is inmiddels
omvangrijk. De nadruk ligt hierbij op de implicaties van de ziekte en behandeling voor
de patiënt en de ouders. De laatste jaren ontstaat meer aandacht voor de
problematiek van de broertjes en zusjes. Relatief weinig is bekend over het
functioneren van kinderen die van de ziekte genezen zijn. Het meeste onderzoek op
dit gebied is tot nog toe gericht geweest op de mogelijke effecten van ziekte en
behandeling op de intellectuele ontwikkeling, neuropsychologische functies en de
schoolprestaties, speciaal bij kinderen met acute lymfatische leukemie in verband met
de bij deze ziekte toegepaste profylactische behandeling van het centraal
zenuwstelsel. Studies die ons gegevens verschaffen omtrent het psychosociale
functioneren van kinderen die hun ziekte overleefd hebben, zijn schaarser. Hoewel de
onderzoeksresultaten niet geheel eenduidig zijn, moet ernstig rekening worden
gehouden met negatieve late gevolgen van de ziekte en behandeling bij in ieder geval
een aanzienlijk deel van de kinderen. Recente gegevens uit een groot Nederlands
onderzoek laten zien dat sociale problemen en, met name bij jongens,
gedragsproblemen bij deze kinderen meer voorkomen dan in de totale populatie.^ Ook
bij ouders blijken de negatieve gevolgen langdurig en ingrijpend te kunnen zijn.^'' De
recente literatuur maakt duidelijk dat kinderkanker een ziekte is die, ondanks de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's