Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 116
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
104 C. VAN DER KOOI
van academie of van cultuur en zich aansluit bij de daar heersende nor-
men voor intersubjectiviteit (vgl. Tracy 1991, m.n. de hoofdstukken 1 en
2). Er is ook een andere mogelijkheid, namelijk dat men zich primair
verbonden weet met de kennis en de inzichten die in een godsdienstige
of levensbeschouwelijke traditie besloten liggen. Kort gezegd, men voelt
zich in de eerste plaats gelovige en als gelovige maakt men deel uit van
de cultuur en is men bezig met wetenschap.
Wetenschappelijke activiteit is ingebed in het leven van mensen van
vlees en bloed, die buiten hun wetenschappelijke activiteit om heel wat
met zich meedragen wat hen kostbaar is geworden. Menselijke kennis
in het algemeen en ook die welke het predikaat wetenschappelijk toe-
gekend krijgt, bestaat niet slechts uit die kennis die de toets van een
natuurwetenschappelijk paradigma kan doorstaan.
Dat is de weg waarvoor hier gekozen wordt. De primaire referentie-
groep is de kerk als christelijke gemeenschap en haar belijdenis. Het
uitgangspunt wordt genomen in een bepaalde ervaring of overgeleverde
kennis, die op velerlei wijze in het getuigenis van de bijbel doorklinkt,
namelijk dat God in de geschiedenis van Israel en in Jezus Christus ge-
handeld heeft. Daarmee worden de contexten van academie en cultuur
niet vergeten of tegen die van de kerk uitgespeeld, maar er is een
volgorde in prioriteit gewezen die in acht moet worden genomen. Het
wetenschappelijk karakter van de dogmatiek en daarmee de bijdrage
aan een cultuur en aan een universiteit worden eerder bepaald door de
mate waarin zij deze ervaring recht weet te doen, door Karl Barth
gekwalificeerd als het criterium van de 'Sachlichkeit' dan door de
criteria van empirische toetsbaarheid en openbaarheid. Langs deze weg
komt, zoals reeds aangeduid, het thema van de verborgenheid van God,
het niet-openbare karakter van de godskennis aan de orde, maar dan als
thema binnen het christelijk geloof zelf.^
Openbaring als toewending
Wat is dan openbaring? Ik keer even terug naar het evangelie van Johan-
nes. Men kan zeggen dat in dit evangelie de verschillende wijzen waar-
op God zich openbaart, worden samengevat als een spreken van God, als
communicatief handelen, als Woord. Iets wat mensen eigen is, taal en
woord, is God in eminente zin eigen. Taal en Woord moeten we dan
echter niet in de eerste plaats zien als informatiedragers. Informatieover-
dracht is een belangrijke functie van taal, maar er is goede reden om te
benadrukken dat taal hier niet in opgaat. Taal is in de eerste plaats toe-
wending. In het woord komt de ander tot ons. Daarin is ook informatie
vervat, maar dat is niet het enige. Zo is het ook met de openbaringsvoor-
stellingen van Oude en Nieuwe Testament.^ Als de profeten dreigen, het
t^t^ÊÈ^^èÈMiMisSi^i^SAJs^^mi
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's