Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 42
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
30 A.TH. VAN 0EURSEN
roeping op de gereformeerde synode van 1892. Is dat de nationale plicht,
dan wijzen de stellingen van 1895 een weg die men daartoe zal kunnen
bewandelen. Misschien blijkt hij onbegaanbaar, maar zolang niemand
een betere heeft aangegeven kan men deze althans beproeven.
De Vrije Universiteit heeft het plan echter laten liggen. RuUmann
zwijgt er over dat een concrete uitwerking van Kuypers welomschreven
program na 1895 door niemand is gegeven. In plaats van dat te erkennen
doet hij alsof het met de Vrije Universiteit en haar beginselen wel in
orde is. Hij blijft het woord calvinisme gebruiken, zoals we bij voorbeeld
van Rutgers lezen, dat hij 'een school gevormd heeft van stoere calvinis-
ten' (119). Maar de zichtbare oogst is ten hoogste een armvol détails,
onvoldoende om Rullmanns stelling te rechtvaardigen, dat er tweeërlei
wetenschap bestaat, die van het geloof en die van het ongeloof (202).
Vervolgen we dus Woltjers spoor door het gedenkboek van RuUmann
heen, dan moeten we bekennen dat de schetsmatige formulering die
Woltjer in 1905 van de tegenstellingen heeft gegeven, in 1930 nog niet
breder of dieper werd verstaan. Tussen de regels door lezend, conclu-
deren we dus, dat de Vrije Universiteit haar wezenlijke doelstellingen in
de tweede kwart eeuw van haar bestaan niet dichter heeft benaderd in de
weg van de wetenschapsbeoefening. Dat is tenminste wat RuUmann ons
vertelt. Heeft hij gelijk, dan zou het de duidelijkheid gediend hebben
indien hij dat zelf had uitgesproken.
Die duidelijkheid was men zeker verplicht aan de beoogde lezers. Het
gedenkboek van 1930 is niet bestemd voor de wetenschap, maar voor de
zogenaamde achterban, het gereformeerde volksdeel. De verbondenheid
met de gemeente is bij RuUmann minder dan bij Woltjer een apart
thema, maar het is wel de achtergrond waartegen hij schrijft. De Vrije
Universiteit heeft in zijn visie een grotere taak dan alleen het weten-
schappelijk bedrijf in stand te houden, en zo zagen het ook de mannen
die destijds leiding en richting moesten geven. Natuurlijk is het goed
naar meer inkomsten te streven, zei A.W.F. Idenburg in de jaarver-
gadering van de Vereniging in 1921. Maar de juiste manier om te
blijven in de eerste liefde, en de gebeden te vermenigvuldigen, is het
grote doel na te jagen: 'de grootmaking van Gods naam onder ons volk'
(71).
Was dat' het doel, dan moest dat ook de maatstaf zijn bij de keuze van
de middelen. De jaren twintig brachten twee geruchtmakende inciden-
ten. Studenten speelden het toneelstuk 'Saul en David' van Querido. Vier
docenten kozen in 1926 de zijde van Geelkerken, toen die met de synode
van de gereformeerde kerken in conflict kwam over de uitleg van het
scheppingsverhaal. Kunnen we beide gevallen gebruiken ter toetsing
van Idenburgs ideaal?
Voor de zaak van de vier docenten werd een commissie ingesteld, die
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's