Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 133
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WETENSCHAP EN UNIVERSITEIT IN EEN CULTUURLOZE TIJD 121
keling. Met verschillende voorbeelden illustreert de auteur zijn visie dat
deze twee elkaar voortstuwen in een steeds snellere spiraalbeweging.
Alle moderne techniek maakt gebruik van eerder gevonden fundamen-
tele wetenschappelijke kennis, zij het met een zekere vertraging, terwijl
omgekeerd het voortgaande wetenschappelijk onderzoek zonder enige
vertraging de nieuwste resultaten van de techniek gebruikt (Casimir
1992, 347). Terwijl Casimir verwacht dat de meeste natuurkundigen en
technici het wel ongeveer met hem eens zullen zijn, is hij zich ervan
bewust dat uit de hoek van historici, sociologen en andere beoefenaren
van de sociale wetenschappen hem zal kunnen worden tegengeworpen
dat zijn analyse geen rekening houdt met de invloed van de maat-
schappij op wetenschap en techniek. Hij erkent deze bezwaren. Behalve
over de spiraal van wetenschap en techniek, zou men volgens hem ook
nog kunnen spreken over een economie-techniekspiraal.'' Maar toch laat
de ontwikkeling van wetenschap en techniek zich, aldus Casimir (1992,
350), vrij goed los van de laatste beschrijven als een bijna autonoom
mechanisme. Er blijkt immers nauwelijks onderscheid te bestaan tussen
landen met zeer uiteenlopende socio-economische omstandigheden,
terwijl ook ideologische verschillen tussen personen nauwelijks relevant
zijn. De voortgang van de wetenschap-techniekspiraal kan worden
begunstigd of vertraagd door regeringsmaatregelen, door oorlogen, door
revoluties, maar het wezen van de voortgang wordt daar niet door
beïnvloed. En dat betekent volgens Casimir (1992, 353) dat de vraag wie
de spiraalbeweging in de hand heeft maar één antwoord kan hebben:
niemand.
Een ieder begrijpt—en natuurlijk Casimir zelf ook—dat hier een zeer
verreikende conclusie wordt getrokken die eerder het begin van een
discussie inluidt dan het einde ervan betekent. En hoewel Casimir direct
op de genoemde conclusie laat volgen dat hij hiermee zijn boek zou
kunnen besluiten, is zulk spreken een vaker gebruikte stijlfiguur waar-
mee een auteur de aandacht van zijn lezers nog eens extra wil prikkelen.
In plaats dat er een dikke punt kan worden gezet, gaat het er dan juist om
spannen en kan men elk ogenblik verwachten dat het hoge woord er
uitkomt. Ik meen dat dit bij Casimir (1992, 354) een kleine bladzijde
verder gebeurt. Daar lezen we: "In mijn jongere jaren liepen mijn
collega's en ik luchthartig heen over de mogelijkheid van maatschap-
pelijke consequenties van ons werk. Die fout wil ik niet opnieuw maken,
ik wil niet zoals een Engelse dichter het uitdrukte, 'de dwaasheid van
mijn jeugd verlengen tot schande voor mijn oude dag'." In de laatste
bladzijden van het boek die op deze ontboezeming volgen maakt Casimir
zijn lezer deelgenoot van twijfels en zorgen die bij hem leven over de
toekomst van onze samenleving. Men zou haast denken dat de hier-
voor geciteerde woorden van Pauli, vijftig jaar eerder tegenover hem
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's