Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 62
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
50 A . p . BOS
maar de 'eerste filosofie' zou de mens 'wiens natuur in zoveel opzichten
onvrij is', waarlijk vrij maken.'^ En het is ook heel goed mogelijk om te
laten zien dat die vooruitgang en de ontplooiing van de menselijke
kennis omtrent de wereld waarin wij leven, eeuwenlang geblokkeerd is
geworden door die fixatie op een transcendente, intelligibele werkelijk-
heid.
In heel de beginfase van de westerse wetenschap en wijsbegeerte is
overduidelijk dat de weetbegeerte gedreven wordt door de vraag naar de
zin en samenhang van de werkelijkheid. En dat de wetenschapstraditie
ook begint als een omvattend en speculatief vragen. De vak-wetenschap-
pen ontwikkelden zich pas langzamerhand tot een relatieve zelfstandig-
heid, en bleven, als in een hecht familieverband, de band met het
ouderlijk huis bewaren, ook nadat ze op zich zelf waren komen te staan.
De behoefte aan zicht op de zin en samenhang van de werkelijkheid
is voor de Grieken uit de voorwetenschappelijke periode en uit de tijd van
de bloei van de wetenschap en filosofie een eerste levensbehoefte geweest.
Leven zonder zicht daarop kon niet als 'leven' worden beschouwd. Maar
de weg er naar toe was een andere geworden, doordat men het spreken
'van boven' van de dichters was gaan vervangen door het spreken 'van
binnen uit' van de filosofen (dat men echter, langs een omweg, kon voor-
stellen als een openbarend spreken 'vanuit het perspectief van een God'!).
Zelfs in het Griekse scepticisme, dat de mogelijkheid van een meta-
fysische kennis afwijst, en tot op zekere hoogte een erkenning inhoudt
van de pluraliteit van zin-perspectieven, blijft de pretentie gehandhaafd
dat alleen de rationaliteit de voosheid en onbetrouwbaarheid van de
menselijke opinies ontmaskert. Tegenover de verscheidenheid van
'dogmatische' filosofische richtingen stelt men dan de eenheid van de
kritische, haar oordeel opschortende filosofie. Van Augustinus kunnen
we nog duidelijk leren, hoe benauwend hij die filosofie van de twijfel
van de 'Nieuwe Academie' heeft gevonden en hoe zij hem tot radeloos-
heid bracht. En zodra hij een nieuw, wijsgerig en geloofs-houvast
gevonden had na zijn kennismaking met het neo-platonisme en zijn
hernieuwde studie van het orthodoxe christelijke geloof, was het eerste
wat hij deed het schrijven van een werk 'Tegen de (sceptische) Academici .
Het scepticisme heeft echter nooit diep wortel geschoten in de Oud-
heid. Liever dan de Waarheidsclaim prijs te geven, aanvaardde men dat
de veelheid van wijsgerige richtingen zou moeten worden opgevat als
(elk op zich beperkte en eenzijdige) varianten van de ene, oer-oude
Logos-traditie (vgl. de midden-platonist en christenbestrijder Celsus, die
het werk De Ware Logos schreef). Die oer-Logos was de mensheid als een
geschenk van de zijde van de g o d e n / G o d ten deel gevallen ten einde
deel te krijgen aan de Waarheid. En in de redelijke filosofieƫn was die
ene geopenbaarde Logos-traditie bewaard en doorgegeven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's