Medische psychologie - pagina 273
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
Communicatietraining 271
begon echter pas op dat moment. De artsen 'vergaten' haar Na ontslag deed patiënte
vaak een beroep op de eerste hulp en in weekeinden belde zij frequent de zaalartsen. De
irritatie was groot. Na een gesprek met de behandelaars waarin wij het probleem
schetsten, werd patiënte een vaste arts toegewezen. Er werd duidelijk afgesproken met
welke problemen patiënte zich kon melden op de afdeling. Zij werd eens per twee weken
ter controle op de polikliniek gezien. Aandacht van de arts(en), ook voor de beleving van
patiënte, leverde voor iedereen een bevredigende situatie op. Patiënte deed aanmerkelijk
minder een beroep op artsen op 'ongewenste' tijden. Zij voelde zich nadien serieus
genomen.
Patiënt B.
Een man, geopereerd wegens longkanker, ontwikkelde nadien een bacteriële infectie in
de overgebleven long. Deze werd behandeld via een opening in direct contact met de
buitenwereld. Dagelijks werd een en ander verzorgd, schoongemaakt door een arts, in
casu een arts-assistent. Verpleegkundigen mochten dit werk niet doen. Op een gegeven
moment bleek er sprake te zijn van uitzaaiingen. Patiënt werd opgegeven, hij zou gaan
sterven. De behandelend arts trok zich terug en liet het verzorgen van de opening
voortaan over aan verpleegkundigen. Patiënt zag de arts nog zelden. Er ontstond woede,
deels toe te schrijven aan het feit dat hij binnenkort zou gaan sterven, doch ook als een
vanzelfsprekende reactie op het gedrag van de arts. Hij voelde zich afgewezen,
afgeschreven en niet humaan behandeld. Hij vroeg zich af hoe de arts gereageerd zou
hebben als het zijn vader had betroffen. Wij bespraken dit alles met de behandelend arts,
die een en ander omschreef als typisch psychologengezwets. Wij hebben het daarbij
gelaten en de man begeleid tot hij stierf.
Patiënt C.
Een vrouw van 50 jaar werd opgenomen in verband met het wegnemen van twee, naar
later bleek benigne, tumoren. Echter, tijdens de operatie bleek een en ander zodanig
vergroeid met de dikke darm, dat weghalen onmogelijk bleek. Haar darm was reeds eerder
ingekort. De prognose was slecht. Het slechte nieuws werd aan patiënte medegedeeld,
waarna onze afdeling een uur later in consult werd geroepen: patiënte was uit haar doen.
Het bleek een reële, sterke vrouw. In de vervoigcontacten met patiënte werd deze indruk
bevestigd. De arts had dit zelf kunnen ondervinden, als hij enige nazorg, tijd en aandacht
had gegeven door eens rustig naast haar bed te gaan zitten. In deze casus speelde
overigens eerder onervarenheid, dan botheid of onwil.
Zoals bovenstaande casus illustreren, laten communicatieve vaardigtieden van
(toekomstige) artsen nog te wensen over. Vaak blijkt onvoldoende inzicht in hetgeen het
contact met de patiënt lastig maakt. Soms w/ordt gesproken van 'een lastige patiënt'. IVlaar
waarom is een patiënt lastig, of wordt hij door dokters als lastig/moeilijk ervaren? Zo is
het duidelijk dat het omgaan met een, in gebaar en taal, agressieve patiënt op de eerste
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's