Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 38
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
26 A.TH. VAN BEURSEN
Nieuwe Kerk te Amsterdam een bijna potsierlijke indruk maken. Vijf
mannen, geen van allen door eerdere academische ervaring voor deze
taak toegerust, presenteren zich op gezag van een vereniging als de
senaat van een nieuwe universiteit, en dat in de oude, traditionele zin
van het woord: een instelling die alle wetenschappen wil omspannen.
Dat is de overmoedige aanspraak van deze vijf, van wie er drie de theolo-
gische faculteit vertegenwoordigen. Zijn ze meer dan een gereformeerd
seminarie met de pretentie van universaliteit?
Het lijkt komische zelfoverschatting, maar Woltjer ziet iets anders.
Voor hem is het een dag van wonder en zegening. De oprichting van de
Vrije Universiteit is niet minder dan een daad Gods. In heel het land
klonk nu de blijde tijding, dat er een hogeschool was opgericht, 'die ook
op het gebied der wetenschap Christus als Koning wenschte te eeren' (3).
Dat ging in tegen de gevestigde tradities van de academische wereld.
Wat de Vrije Universiteit van haar oudere zusters onderscheidde, maak-
te naar het oordeel van de vakgenoten werkelijke beoefening van weten-
schap juist onmogelijk. Een universiteit op christelijke grondslag was
innerlijk tegenstrijdig. Op de naam 'vrij' kon ze wel allerminst rechten
laten gelden. Haar arbeid was evenzeer onvrij als onwetenschappelijk.
Ze vermengde wetenschap met geloof.
Woltjer ziet die verbinding daarentegen als fundamenteel. De weten-
schappen vormen slechts dan een eenheid, als zij op eenzelfde grondslag
rusten. Geen vaster of dieper eenheid is denkbaar dan de belijdenis van
de Drie-enige God, uit Wie en door Wie en tot Wie alle dingen zijn.
Zeker bestaat het gevaar dat we wetenschap met geloof zullen verwarren,
als we grondslag en bouwwerk niet helder onderscheiden. Maar 'aan de
overzijde' zal gelijke graad van eenheid altijd onbereikbaar blijven (8).
Woltjer licht die stelling niet met concrete voorbeelden toe. Hij verwijst
voor de praktische uitwerking naar de rectorale oraties. Die steunen op
hetgeen de Schrift ons leert omtrent het wezen en de wil Gods, en de
menselijke natuur zo als hij eens was en nu geworden is. Zo wordt het
mogelijk, 'door te dringen tot den grond en den diep liggende samen-
hang der dingen' (18).
Wie de titels van deze redevoeringen dan eens laat spreken, beluistert
een sterke voorkeur voor algemene thema's. Kuyper oreerde over ' Het
Calvinisme en de kunst', over 'Evolutie', en over 'Souvereiniteit in eigen
kring'. Bavinck gaf een 'Christelijke wereldbeschouwing'. Fabius behan-
delde de relatie tussen 'Zonde en recht', Lohman die tussen 'Volk en
overheid'. Woltjer zelf ging op onderzoek uit naar 'Beginsel en norm in
de literatuur'. Natuurlijk is dat niet toevallig. Deze onderwerpen hadden
betekenis voor een groter publiek dan dat van de geleerden. De Vrije
Universiteit werd gedragen door haar achterban. Zij was afhankelijk van
het geld dat haar vrienden bijeen brachten, maar allereerst van h u n
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's