Medische psychologie - pagina 106
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
104 Bleikeren Van der Ploeg
persoonlijkheidsfactoren en borstkankerincidentie. Vervolgens zullen de resultaten van
onze grootschalige studie worden gepresenteerd. Het betreft een prospectief,
longitudinaal onderzoek naar de mogelijke relaties tussen persoonlijkheidsfactoren en
het optreden van borstkanker.
Conclusies uit eerder onderzoek
Naast een mogelijke erfelijke aanleg voor borstkanker^'^ is bij de meeste vrouwen met
borstkanker tot op heden nog geen duidelijke oorzaak van deze aandoening aan te
wijzen.'' Er zijn een aantal factoren beschreven die gerelateerd zijn aan een verhoogd
risico op borstkanker, zoals vroege menarche, late menopauze, oudere leeftijd bij
geboorte eerste kind, kinderloosheid, en overgewicht in post-menopausale vrouwen.
Mede omdat deze factoren bij de meeste vrouwen met deze aandoening niet worden
gevonden, blijft de vraag bestaan welke andere factoren in het spel kunnen zijn die de
kans op borstkanker verhogen. Hieronder is kort weergegeven wat er tot nu toe in de
literatuur is beschreven over de rol van psychosociale factoren bij het optreden van
borstkanker. Bij deze korte evaluatie van de literatuur is onderscheid gemaakt tussen
retrospectieve en prospectieve studies.
Bij retrospectieve onderzoeken wordt een groep patiënten vergeleken met een
(gezonde) controlegroep op verschillende psychosociale kenmerken. In studies met
deze onderzoeksopzet, zijn onder meer de volgende variabelen gerapporteerd die
vaker voorkwamen bij een patiëntengroep dan bij een gezonde controlegroep: non-
assertiviteit,^ het inhouden of onderdrukken van boosheid, ^' een repressieve coping-
stijPen het verlies van een belangrijke relatie (bijvoorbeeld: verlies van een persoon of
werk). Daartegenover staat bijvoorbeeld het onderzoek van Priestman et al. (1985)
waarin geen verschillen werden gevonden tussen de patiënten- en controle-groep
voor wat betreft persoonlijkheidstrekken (zoals psychoticisme, extraversie en
neuroticisme) en de ernst van stressvolle gebeurtenissen die eerder hadden
plaatsgevonden.^
Deze vorm van retrospectief onderzoek wordt langzamerhand verlaten, gezien de
lagere betrouwbaarheid van de resultaten.''" Kanker kan namelijk zelf fysieke en
psychologische verandenngen teweegbrengen, welke de resultaten van het
onderzoek kunnen beïnvloeden." Tevens is het bekend dat deze veranderingen in
patiënten kunnen leiden tot een verhoogde rapportage van stressvolle
gebeurtenissen.''^ Een derde probleem bij retrospectief onderzoek is dat de
controlegroep meestal onvoldoende vergelijkbaar is.''" In een prospectief onderzoek
spelen deze problemen een kleinere rol waardoor de resultaten meer betrouwbare
gegevens zouden opleveren.
^ S S
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's