Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 46
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
34 A.TH. VAN DEURSEN
Stichter van de Vrije Universiteit was aangedaan. Het was een machte-
loze oppositie, die gevoelens het woord gaf op een ogenblik dat juist het
verstand had moeten spreken. Maar het toonde hoe krachtig toen de
emotionele binding aan Kuyper kon zijn. Dat is nu ook wat we in het
gedenkboek vinden.
Kuypers naam laat ons nog altijd niet onverschillig, schrijft Roelink
(43). Hij staat in de tijd heel dicht bij ons. Door velen is hij verguisd, door
anderen verafgood. Hoe zullen wij nu, in 1955, over hem oordelen?
Roelinks eigen antwoord laat over de keus geen twijfel: hij voelt voor
Kuyper een verering, die dicht aan eerbied grenst. Het komt in zijn hele
boek tot uiting, en het bondigst laat zijn oordeel zich samenvatten met
deze regels uit het boekje voor de gereformeerde jeugd (7): 'Het wachten
was op de man, die heel de wereld zou opeisen voor Christus: "geen
duimbreed is er op heel het erf van ons menselijk leven, waarvan de
Christus, die aller Souverein is, niet roept: Mijn!" Die man was Abraham
Kuyper en omstreeks 1880 was deze door God klaar gemaakt om op het
terrein van de wetenschap Gods geboden duidelijk te maken'.
Maar is dat kleine boekje niet bestemd voor een ander publiek? Dat
kan verschil maken voor de presentatie van de feiten, die feiten zelf ech-
ter blijven voor iedereen gelijk. En bovendien, als het beoogde publiek
voor het ene en het andere boek in niveau verschilt, dan ligt het voordeel
bij de jongelingen en de meisjes. Die zijn per slot van rekening lid van
een studievereniging. Het gedenkboek is juist geschreven vanuit de
ambitie, de geschiedenis van de Vrije Universiteit bekend te maken 'ook
bij de grote schare, die de studeerkamer muf en de bibliotheek saai vindt'
(8). Voor één keer zullen ze dan toch eens een boek moeten lezen, want
de Vrije Universiteit heeft hun liefde nodig.
Precies als Rullmann richt ook Roelink zich dus tot de brede achter-
ban, en wil hij hun taal spreken. De universiteit en het gereformeerde
volk horen bij elkaar. Geleerden en arbeiders zijn zonen van hetzelfde
huis. Samen zijn ze verantwoordelijk voor de instandhouding van die
gedeelde woning. Als de Vrije Universiteit in vijfenzeventig jaar groot
geworden is, kan men de verklaring zoeken in de zichbare dingen: het
leiderschap van Kuyper, de enorme offervaardigheid, de schitterende
organisatie, het toenemend aantal professoren en studenten—'maar als
het goed zal zijn, zullen we achter al dat zichtbare weten het gebed als de
grote krachtbron der Vrije Universiteit' (85). Meer dan eens spreekt
Roelink van gebedsverhoring, als nieuwe mijlpalen eindelijk zijn
bereikt. In 1950 kwam de medische faculteit tot stand. Zij vervulde de
gebeden van velen die de verhoring niet meer hebben beleefd (186). In
1900 werd al gebeden dat God mannen zou zenden om een wijsgerig
stelsel op te bouwen uit de gereformeerde beginselen. De wijsbegeerte
der wetsidee is het bewijs dat deze bede verhoord is (121). Dooyeweerd
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's