Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 121
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WETENSCHAPSBEOEFENING EN CHRISTELIJKE GELOOFSKENNIS 109
wereld. De christelijke hoop en toekomstverwachting pretenderen iets
anders te zijn dan dromen die de mens zelf droomt; hoop en verwach-
ting zijn afgeleiden van de geloofskennis. Ze zijn een vorm van gegron-
de verwachting. Er kunnen daarom momenten optreden van feitelijk
conflict of op zijn minst van vervreemding en discrepantie tussen wat
men op grond van de kosmologie of psychologie over mens en wereld
zeggen kan en datgene wat binnen de christelijke leer over bestemming
en toekomst van de mens gezegd wordt.
Nog een andere opmerking dient hier te worden gemaakt. Een aantal
van de uitspraken over mens en wereld, die op grond van christelijke
leer k u n n e n worden gedaan, k u n n e n ook daarbuiten ontdekt en
geïdentificeerd worden. Het feit dat de werkelijkheid bestudeerbaar en
analyseerbaar is volgens een methodisch atheïsme, dus 'alsof God niet
bestaat', is theologisch te begrijpen als de uitdrukking van het feit dat de
betrekking God-mens niet adequaat gevat is, indien men haar verstaat als
noodzakelijkheidsrelatie. De betrekking met God gaat boven die van de
functionaliteit en van de categorie noodzakelijkheid uit.
De stelling dat de fenomenen zelfs bestudeerbaar zijn, zoals Hugo de
Groot ergens zegt, "wanneer men aanneemt, wat overigens zonder de
grootste zonde niet kan worden aangenomen, dat God niet bestaat''^
betekent overigens allerminst dat de claim opgegeven wordt dat de
wereld zich in het licht van Gods openbaring het beste laat verstaan. De
uitspraak betekent alleen dat de wereld en haar fenomenen ook begrepen
kunnen worden in termen, waarin God niet voorkomt. Dat is een weg, die
in de westerse cultuur sinds eeuwen gegaan is en er zijn grote delen van
de menselijke kennis, waaruit het woord 'God' verdwenen is. Maar daar-
mee is niet beslist dat de rol van de christelijke leer als leverancier van
kennis omtrent mens en wereld uitgespeeld is. A posse ad esse non valet
consequentia. Vrij vertaald: kunnen is nog geen moeten. Of iets uit-
gebreiders: het feit dat iets kan, geeft nog niet het recht tot de nood-
zakelijkheid ervan te besluiten. Deze kennis gaat, zoals reeds kort werd
gezegd, verder dan het kader waarbinnen de kennis gesteld wordt, dus
verder dan de vragen van zin en doel en fundamentele noties die met
zin en doel van het mens-zijn samenhangen. Wie in de school van de
bijbel in de leer gaat, krijgt noties aangereikt die de fenomenen in een
bepaald licht plaatsen, ze wellicht op bepaalde punten kunnen verhel-
deren en soms ook voor verdere kennisverwerving een richting kunnen
wijzen. Ik wil enkele voorbeelden van zulke noties of inzichten noemen.
(4) Allereerst is te h e r i n n e r e n aan iets wat samenhangt met de
belijdenis dat God schepper van hemel en aarde is, namelijk de
erkenning van de contingentie van mens en wereld. Contingentie moet.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's