Medische psychologie - pagina 118
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
116 Van der Linden
Situatie VU ziel<enhuis
In Nederland zijn Poliklinieken Familiaire Tumoren (PFT's) opgericht, gelieerd aan negen
klinisch genetische centra. In Amsterdam werken drie ziekenhuizen samen: het
Academisch Ziekenhuis van de Vrije Universiteit (AZVU), het Antoni van Leeuwenhoek
ziekenhuis (AvL) en het Academisch Medisch Centrum (AMC). Landelijk wordt
samengewerkt met de Stichting Opsporing Erfelijke Tumoren (STOET).
In de polikliniek familiaire tumoren bij het VU ziekenhuis werken verschillende afdelingen
en diensten samen: klinische genetica, gynaecologie, chirurgie, medische psychologie,
medisch maatschappelijk werk, plastische chirurgie, pathologie, radiologie, gastro-
enterologie en klinische chemie. De eerste vijf nemen deel aan een 'integraal spreekuur
familiaire tumoren'. De taken van deze polikliniek bestaan uit het onderzoeken,
voorlichten en behandelen van patiënten. In 1996 had ruim 220 van de aanvragen bij de
afdeling klinische genetica betrekking op de mogelijke erfelijkheid van kanker In de
familie. Het merendeel van deze aanvragen is multidisciplinair geëvalueerd in de
polikliniek familiaire tumoren van het VU ziekenhuis.''" Doorgaans betreft dit vrouwen met
familiaire borstkanker en/of eierstokkanker. De klinisch geneticus voert
erfelijkheidsonderzoek uit indien het vermoeden bestaat dat een erfelijke predispositie
voor kanker aanwezig is."
Praktisch gezien verloopt het integraal spreekuur aan het VU ziekenhuis als volgt. Na het
eerste onderzoek van de klinisch geneticus voeren de medisch psycholoog en de
medisch maatschappelijk werker gesprekken met patiënten die in aanmerking komen
voor DNA-onderzoek. In dit gesprek wordt de persoonlijke situatie van de patiënt
onderzocht. Tevens vindt een inschatting plaats van de draagkracht van de patiënt (zie
ook later in dit hoofdstuk). De moleculair geneticus voert DNA-onderzoek uit. Patiënten
die het onderzoekstraject vervolgen worden ook gezien door de gynaecoloog en/of de
chirurg, die met de patiënt de behandelmogelijkheden bespreken en uitvoeren. Bovendien
ziet de medisch psycholoog patiënten na verwijzing door de klinisch geneticus,
gynaecoloog of chirurg. Bijvoorbeeld als de indruk bestaat dat een patient het
erfelijkheidsonderzoek mentaal niet aankan.
Literatuuronderzoek
Psychologische consequenties van erfelijkheidsonderzoek bij familiaire borstkanker en
eierstokkanker.
Eén op de 11 vrouwen krijgt in haar leven borstkanker. In Nederland zijn dat ongeveer
10.000 vrouwen per jaar. Van deze vrouwen is 70% ouder dan 50 jaar. Het aantal
vrouwen dat borstkanker overleeft is de laatste 25 jaar toegenomen. 5-10% van de
mammacarcinomen ontstaat door een erfelijke predispositie voor de aandoening.'^ In
Nederland krijgen jaarlijks 1200 vrouwen eierstokkanker. Bij 1 tot 5% van de patiënten
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's