Medische psychologie - pagina 87
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
Kwaliteit van ieven als uitkomstmaat in de klinische oncologie 85
morbiditeit als gevolg van de behandeling. In dit verband is het belangrijk erop te wijzen
dat veel behandelingen die gericht zijn op controle van de tumorgroei tamelijk agressief
kunnen zijn en bijwerkingen hebben die kort of langdurig kunnen aanhouden. De
introductie van formele kwaliteit van leven-metingen kan dan worden gezien als een
middel om onze inschatting van de voor- en nadelen van een behandeling te nuanceren.
Indien symptoombestrijding de voornaamste doelstelling is, spreekt het voor zich dat
afwegingen met betrekking tot kwaliteit van leven een uiterst belangrijke rol spelen bij het
bepalen van de effectiviteit van een behandeling.
IVIaar zelfs in die gevallen waar genezing wel mogelijk is, zijn overwegingen met
betrekking tot de kwaliteit van leven niet onbelangrijk. Het is bekend dat de meeste, zo
niet alle patiënten bereid zijn om zeer agressieve behandelingen te ondergaan -
beenmergtransplantaties, zware chemotherapieën of verminkende operaties - om maar
te genezen van hun ziekte. Toch is elke vooruitgang op klinisch gebied die de
behandeling minder belastend maakt welkom. Lumpectomie versus mastectomie bij
borstkanker in een vroeg stadium, behoud versus amputatie van ledematen bij weke-
delensarcomen, behoud van de sluitspier versus totale ven/vijdering van het rectum bij
colorectale kanker; dit zijn allemaal voorbeelden waarbij de behandeling gericht is op
betere kosmetische resultaten en op minder beperkingen in het functioneren, en dus,
naar verwachting, op een betere kwaliteit van leven. Hoewel uitgebreide kwaliteit van
leven-studies in deze gevallen misschien niet noodzakelijk zijn, kunnen ze gebruikt
worden om onze klinische indrukken of verwachtingen te toetsen. Zelfs daar waar het niet
mogelijk is om minder agressief te behandelen, kunnen kwaliteit van leven-studies nuttig
zijn. Bijvoorbeeld door het herkennen van de psychosociale problemen van
kankerpatiënten met een lange overlevingsduur kan de meest geschikte nazorg gepland
worden.
In tegenstelling tot wat vaak wordt aangenomen, komen de grootste voorstanders van het
opnemen van kwaliteit van leven-uitkomsten in klinisch onderzoek en in de klinische
praktijk niet uit de hoek van de sociale wetenschappen, maar juist uit de medische wereld
zelf. De meeste commentaren die in de vooraanstaande medische vaktijdschriften over
dit onderwerp zijn geschreven, zijn afkomstig van artsen. De oproep die in 1985 in de
Verenigde Staten werd gedaan om kwaliteit van leven-uitkomsten op te nemen in de
registratieprocedure van geneesmiddelen was afkomstig van de afdeling oncologie van
de Food and Drug Administration (FDA).' In 1996 deed een werkgroep van de American
Society of Clinical Oncology (ASCO), waarin geen enkele sociale wetenschapper zat, de
aanbeveling om kwaliteit van leven-uitkomsten toe te passen bij evaluatie van therapieën
en bij de ontwikkeling van behandelingsrichtlijnen.^
Een belangrijke rol van sociale wetenschappers in dit geheel is om dergelijke
aanbevelingen te verwezenlijken. Te zeggen dat kwaliteit van leven moet worden
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's