Medische psychologie - pagina 187
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
Roken in het ziekenhuis 185
jaar. De bekendste ziekte die rechtstreeks in verband wordt gebracht met roken is
longkanker. Voor alle sterfte aan longkanker kan roken in 90% van de gevallen
verantwoordelijk worden geacht. Drie andere belangrijke ziekten waarbij roken een
belangrijke rol speelt zijn coronaire hartziekten, CARA/bronchitis en CVA
(cerebrovasculair accident). Bij hartziekten wordt roken in meer dan 40% van de
sterftegevallen verantwoordelijk geacht (tot 1994 schatte men dit percentage lager in, nl.
25%), bij CARA/bronchitis zelfs in bijna 80% van de sterftegevallen en bij een CVA in
ongeveer 55% van de sterftegevallen.^^ In Nederland overlijden jaarlijks zo'n 30.000
mensen vroegtijdig aan de vier belangrijkste aan roken gerelateerde ziektes.^" De totale
bijdrage van roken in de kankermortaliteit wordt geschat op 30%.^ Behalve sterfte ten
gevolge van roken, is er ook een duidelijk verband met ziektes. Bij mannelijke rokers
komen acute ziektes 14% vaker voor dan bij mannelijke niet-rokers en bij vrouwelijke
rokers zelfs 21% vaker dan bij niet-rooksters.^^ Winett en collegae^ berekenden op basis
van gegevens uit 1982 dat rokers 15% vaker een handicap hebben dan niet rokers, 33%
vaker afwezig zijn op hun werk en tweemaal zo vaak bij branden betrokken zijn dan niet-
rokers.
Longkanker
iVIeer dan 90% van de vroegtijdige sterfte aan longkanker onder mannen is toe te
schrijven aan het roken (77% voor vrouwen, zie ook figuur l ) . ^ ' Niet alle
longkankerpatiënten overlijden aan die ziekte, maar het percentage dat een 5-jaars
overlevingskans heeft is zeer beperkt. Volgens Shapiro" blijft minder dan 10% in leven.
Longkanker kan een extreem invaliderend effect op de patiënt hebben, variërend van
kortademigheid, veel pijn, tot zich niet in staat voelen normaal te functioneren.^" Ook voor
longkanker bestaat een directe relatie tussen de dagelijkse tabaksconsumptie en een
verhoogd risico op longkanker.^''^
In 1951 startte een Britse studie waarin 34.440 mannen ouder dan 20 jaar participeerden
(de zogenoemde 'British doctors study'). Na 20 jaar werd aangetoond dat het relatieve
risico om aan longkanker te overlijden voor zware rokers (meer dan 25 sigaretten per
dag) 25.1 was (251 sterftegevallen per 100.000 mensen) vergeleken met levenslange
niet-rokers (10 sterftegevallen per 100.000 mensen).^^ Als de data uit 1971 vergeleken
worden met die uit 1991 blijkt er een verschil van 8 jaar te bestaan tussen (nog steeds)
rokers en nooit-rokers: van de 71 jaar oude rokers is ongeveer 50% nog in leven, terwijl
van de nooit-rokers 50% van de 79-jarigen nog in leven is." Het longkanker-sterftecijfer
in de Europese Gemeenschap onder mannelijke en vrouwelijke niet-rokers is gelijk
gebleven tussen 1960 en 1980. In de meeste Europese landen echter, is onder
mannelijke rokers elke vijfjaar een stijging in longkankersterfte van 10 -15% waarneem-
baar. Onder vrouwelijke rokers is de stijging elke vijfjaar zelfs 15 - 30%.^^
Omdat veel vrouwen sinds de Tweede Wereldoorlog zijn gaan roken, is de verwachting
dat het longkankersterftecijfer van vrouwen drastisch zal toenemen in de komende
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's