Medische psychologie - pagina 220
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
218 Huisman
psycholoog en maatschappelijk werker gezamenlijk, gevoerd. Dit laatste vooral op
grond van praktische of strategische overwegingen. Zo kan er bijvoorbeeld, gezien het
drukke onderzoeks- of behandelprogramma en/of de tijden waarop de beide ouders
op de afdeling aanwezig zijn, weinig gelegenheid zijn om een afspraak voor een
afzonderlijk gesprek te maken. In dit eerste gesprek wordt, behalve op de
ontwikkelingsanamnese van het kind, speciaal ingegaan op vragen als:
- Hebben de ouders voldoende duidelijkheid omtrent diagnose en prognose; bestaan
er bij hen vragen hieromtrent?
- Is er in heden of verleden sprake (geweest) van bepaalde problemen bij kind,
ouders of andere kinderen in het gezin?
- Hoe functioneren de gezinsleden in relatie tot de sociale omgeving (vrienden,
familie, school, werk, kerkelijke gemeenschap)?
- Welke levensbeschouwing hebben de ouders (en het kind) en in hoeverre speelt dit
een rol bij het omgaan met ziekte en behandeling?
- Welke ervaringen zijn er met ziekte?
- Hoe verloopt de communicatie binnen het gezin, hoe wordt met problemen
omgegaan?
In aansluiting op het gesprek met de ouders verkrijgt de psycholoog een eerste Indruk
van het kind door middel van een of enkele (spel-)observatie(s) of gesprek(ken). De
spelobservaties worden meestal uitgevoerd door de psychologisch medewerker. Op
grond van de indrukken uit het gesprek met de ouders, de eerste indrukken van het
kind en de sociaal-anamnestische gegevens die door de maatschappelijk werker zijn
verkregen, wordt de verhouding tussen draaglast en draagkracht van patiënt en gezin
ingeschat, worden eventueel aanwezige problemen geïnventariseerd en wordt, indien
nodig en uiteraard ook gelet op concrete hulpvragen, een hulpverleningsaanbod
geformuleerd. Mogelijkheden hierbij zijn een uitgebreide (spel-)observatie,
psychologisch testonderzoek of individuele (spel-)begeleiding van de patiënt,
ouderbegeleiding, gezinsgesprekken of begeleidende contacten met broertjes of
zusjes. Ook kunnen specifieke psychotherapieën in oven/veging worden genomen
Gelet op de beperkte psychotherapeutische taakstelling van een ziekenhuisafdeling
zijn de mogelijkheden hiertoe echter bescheiden; het gaat dan vooral om korte
behandelingen, vooral gedragstherapieën en kortdurende directieve therapieën.
Overigens komt dit over het algemeen niet in de eerste fase van de medische
behandeling aan de orde.
In de meeste gevallen zijn de verdere contacten met de patiënt, ouders en eventueel
andere kinderen uit het gezin begeleidend van aard. Met begeleiding wordt hier
bedoeld dat, anders dan bij psychotherapie, vooraf geen te realiseren doelen worden
geformuleerd, maar dat de emotionele verwerking van ziekte, diagnostiek en
medische behandeling en het algehele psychosociale functioneren gedurende het
totale ziekteproces worden gevolgd. Aard en frequentie van de contacten variëren
sterk en hangen af van het verloop van het ziekteproces en de behoefte van de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's