Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

Medische psychologie - pagina 135

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Medische psychologie - pagina 135

10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.

2 minuten leestijd

Hemofilie in Nederland 133

oorzaken worden toegeschreven. Deze mensen waren, in vergelijking met degenen

die aan een andere oorzaak overleden, betrekkelijk jong (respectievelijk gemiddeld 46

en 50 jaar, tegenover 57 jaar). Zeker een derde van alle sterfgevallen in de follow-up

periode van 20 jaar kon worden toegeschreven aan de directe gevolgen van hemofilie,

namelijk bloedingen.

De sterfte onder mannen met hemofilie was over het geheel genomen twee keer zo

groot als in de algemene mannelijke bevolking. Voor 1985 werd dit verschil

voornamelijk veroorzaakt door hemofilie zelf (symptomen en gevolgen), terwijl de

oversterfte in de periode na 1985 grotendeels lijkt te worden verklaard door

virusinfecties (HIV en hepatitis) ten gevolge van de behandeling met besmette

bloedproducten.

Ondanks de gevolgen van de virusinfecties lijkt de levensverwachting van mensen

met hemofilie zich in de twintig jaar verder te hebben genormaliseerd, van 66 naar 68

jaar. In afwezigheid van de gevolgen van virusinfecties voor sterfte, zou de

levensverwachting van mannen met hemofilie zelfs die van de mannelijke bevolking

evenaren (73 jaar). In tabel 1 zijn de verandering in de levensvenwachting bij hemofilie

naar ernstgradatie weergegeven.

Tabel 1

Levensverwachting voor mannen met hemofilie in de periode voor en na 1985

1973-1985 1986-1992

(n=717) (n-919)

Ernstige hemofilie 63 jaar 61 jaar

Matig-ernstige hemofilie 65 jaar 65 jaar

Lichte hemofilie 69 jaar 74 jaar

Totaal 66 jaar 68 jaar

Fysiek en sociaal functioneren

Als gevolg van een verbeterde en meer intensieve hemofiliebehandeling konden

veranderingen in de fysieke en sociale gevolgen van hemofilie worden

geobserveerd.^'^" De fysieke gevolgen van hemofilie werden in alle vier de

onderzoeksjaren nagegaan aan de hand van het jaarlijks aantal bloedingen en de

mate van gewrichtsschade. Het sociale functioneren werd geƫvalueerd aan de hand

van gegevens over ziekenhuisopnames, school- en werkverzuim, en de sociale

participatie in termen van het hebben van werk of arbeidsongeschiktheid.

In tabel 2 zijn enkele resultaten met betrekking tot het fysieke en sociale functioneren

van mensen met ernstige hemofilie voor de achtereenvolgende onderzoeksjaren

weergegeven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's

Medische psychologie - pagina 135

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's