Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 112
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
100 C. VAN DER KOOI
worden cognitief inhoudelijke uitspraken over Jezus gedaan. De toenmalige
hoorders zullen bij de zinsnede "en heeft onder ons gewoond" zijn
herinnerd aan de tabernakel, die volgens Exodus 40 vers 34 vervuld was
van de heerlijkheid van God. Het woord 'heerlijkheid' is een sleutel-
woord, dat hen die op de hoogte waren met de geschiedenis van Israƫl,
bekend in de oren moet hebben geklonken. De heerlijkheid is een
prerogatief van de Eeuwige zelf en men vindt zowel in de verhalen van
de uittocht, bij de profeten, als in de psalmen een lange reeks van
geschiedenissen, waarin bericht wordt over ervaringen, waarin die heer-
lijkheid van God zich aan mensen voordoet. De claim die in het
evangelie van Johannes wordt gedaan, is dat deze heerlijkheid in het
leven van Jezus, in zijn persoon en werk, zichtbaar, kenbaar is geworden.
Volgens het evangelie van Johannes is in deze ene de kennis van Gods
heerlijkheid geconcentreerd.
Vervolgens, de bedoelde kennis is omgangskennis die een verandering
heeft teweeggebracht voor degenen onder wie Hij heeft gewoond. Het is
opvallend dat de proloog gesteld is in de eerste persoon meervoud. Het
getuigenis van dit evangelie komt uit een kring van mensen, die zich
bepaald weten door het optreden van Jezus. "Immers uit zijn volheid heb-
ben wij allen ontvangen zelfs genade op genade" (vs 16). In deze woor-
den blijkt een perspectiefwisseling. In de waarneming van het optreden
van Jezus komt het subject onder invloed van het waargenomene,
namelijk de genade en waarheid die door Jezus Christus zijn gekomen.
Het is inhoudelijke kennis die iets doet met de kennende en zijn wereld.
Daarin is het heilskennis.
Het feit dat het hier om een soort kennis gaat die gecommuniceerd wil
worden (vgl. Joh. 20: 31), betekent nog niet dat de kennis bij wijze van
spreken op straat ligt. Het evangelie heeft zijn eigen middelen om
duidelijk te maken dat kennis van Gods genade en waarheid niet de
openbaarheid en algemene toegankelijkheid bezit, die voor algemene
aanvaarding noodzakelijk is. De kennis van de ware identiteit van Jezus
komt 'van boven', niet 'van beneden' (Joh 3: 31). Het evangelie staat vol
met verhalen en beschouwingen die de hoorder ervan moeten door-
dringen dat hij of zij niet zomaar, onmiddellijk toegang heeft tot de
waarheid die wordt bemiddeld. Het evangelie van Johannes is het evan-
gelie van misverstanden. En zelfs dan, dwars door de misverstanden
heen, is het maar de vraag of een mens tot inzicht komt.
Het probleem dat gegeven is met het niet algemeen toegankelijke
karakter van de bewering die hier gedaan wordt, geldt niet pas voor de
mens van onze tijd en is zelfs niet van algemeen epistemische aard. Er is
een theologische reden. Een verwijzing naar deze theologische grond
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's