Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 90
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
78 S. GRIFFIOEN
Nog niet ie laat
Tot slot enkele gedachten over de doelstelling van de VU.'-^'^ 'pot in het
College van Decanen is gesignaleerd dat de 'operationalisering' van de
doelstelling overwegend in horizontale richting gaat: het dienen van de
wereld, en dat er weinig te horen valt over wat het dienen van God zou
kunnen betekenen voor onderwijs en onderzoek. Nu is het een feit dat in
de zgn. 'zelfbeelden', waarin de faculteiten op verzoek van de Rector
Magnificus de eigen relatie tot het bijzondere van de universiteit aan-
geven, veelvuldig de notie van levensbeschouwing of -overtuiging naar
voren komt. In zoverre zouden de faculteiten kunnen zeggen dat langs
deze weg toch het dienen van God aan de orde komt, want een levens-
beschouwing heeft immers, populair gezegd, een religieuze dimensie.
Tot op zekere hoogte is dit inderdaad het geval. Maar hier doet zich
tevens een levensgroot probleem voor. De relatie van de levensover-
tuigingen naar de doelstelling wordt bijna zonder uitzondering in één
richting bepaald: nl. van de overtuigingen van VU-medewerkers naar de
doelstelling. De omgekeerde weg: van de doelstelling naar de over-
tuigingen wordt niet of nauwelijks begaan. Bezien we het hele spectrum
van overtuigingen, dan is de spannende vraag deze: hebben we nog de
mogelijkheid te zeggen welke wel en welke niet overeenstemmen
met/recht doen aan de doelstelling? Ik noem het voorbeeld van iemand
die een eigen uitleg aan de doelstelling geeft, niet georiënteerd aan de
Bijbel, en binnen dat eigen kader de doelstelling onderschrijft. Omdat in
vrijwel alle stukken ('zelfbeelden', enz.) de normering vanuit de doelstel-
ling ontbreekt, zal men ook niet meer kunnen zeggen dat de doelstelling
om een christelijke interpretatie vraagt.^^
Ik corrigeer het zojuist genoemde in één opzicht. In vele zelfbeelden
wordt wel aangegeven dat historisch gezien de doelstelling geïnterpre-
teerd moet worden vanuit het christelijke geloof, en nader vanuit de
reformatorische traditie. Opvallend is echter dat de reikwijdte hiervan
vrijwel direct wordt ingeperkt door de toevoeging dat dit verband
historisch is. Het is niet meer dan een herinnering aan een 'groot
verhaal'. Het 'oecumenische' dat ook dikwijls wordt genoemd, blijft een
onbepaalde grootheid.
Naar mijn oordeel is het van groot gewicht dat de universiteit in elk
geval een normering formuleert, zodat in de facultaire zelfbeelden op dit
punt kan worden verwezen naar waar de universiteit voor wil blijven
staan.
Let wel: het gaat me nu niet om de vraag wie wel en wie niet aan de
VU thuis horen, wie wel en wie niet tot een kerngroep gerekend
kunnen worden. Het gaat om eerlijkheid: een spanning die er is te
erkennen. Deze erkenning moet ons onrustig maken, maar juist die
y
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's