Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 164
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
152 R. VAN WOUDENBERG
hij hierin gelegen dat allerlei motieven van zedelijke aard ons kennen
beheersen: onze blik op de dingen wordt beheerst door allerlei persoon-
lijke belangen. En tenslotte onderscheidt Kuyper nog een derde werking
van de zonde, nl. de werking die de zonde rechtstreeks op onze natuur
heeft uitgeoefend. In de traditie is altijd sprake geweest van de
'verduistering van het verstand'. Kuyper spreekt liever van de "verduiste-
ring van het bewustzijn", omdat de eerstgenoemde uitdrukking zou
kunnen suggereren dat we de gave tot logisch denken verloren zouden
hebben—hetgeen, constateert Kuyper (terecht) niet het geval is. Wel
moet erkend dat de denkkracht door de zonde is gebroken. De verduiste-
ring van het bewustzijn ziet Kuyper hierin gelegen, dat we niet langer
die liefde, die sympathie, hebben voor de dingen die we willen leren
kennen, die voor het rechte kennen vereist is. Kennis kan niet zonder
liefde. De zonde heeft de liefde doen verkillen en het resultaat daarvan is
dat de band van de mens met het te kennen object is verstoord geraakt. In
Kuypers eigen woorden: "onze geest, als geheel genomen, staande
tegenover den kosmos als zijn totaal obiect, gevoelt zich geïsoleerd; het
object ligt buiten hem; en de band der liefde ontbreekt, die er hem in
doet dringen en het doet verstaan. Deze fatale uitwerking der zonde moet
natuurlijk haar dieperen grond daarin vinden, dat de levensharmonie
tussen ons en het obiect verstoord is. Wat eens organisch samenging,
bestaat dientengevolge thans als aan elkaar vreemd; en het is deze
vervreemding van het obiect onzer kennis, die het meest aan onze kennis
van het object in den weg staat" (1894, II, 57).
De wetenschap vindt, naar het oordeel van Kuyper, dus hier een grens
dat zij beoefend wordt door mensen in wier leven en bewustzijn de
zonde als een sombere macht haar werkingen uitoefent.'^ Dit is een
gegeven om blijvend rekening mee te houden.
(9) Tenslotte wijs ik in het voorbijgaan nog op Bas van Fraassens natuur-
wetenschappelijk anti-realisme, d.w.z. zijn pleidooi voor agnosticisme
ten opzichte van niet-waarneembare objecten en processen. Een bepaalde
theorie (betreffende dergelijke objecten en processen), zo betoogt hij,
moet men niet aanvaarden omdat men meent dat zij waar is maar omdat
men meent dat zij empirisch adequaat is; en een theorie is 'empirisch
adequaat' "exactly if what it says about the observable things and events
in this world, is true—exactly if it 'saves the phenomena'" (1980, 12). Als
men deze positie inneemt (en Van Fraassen heeft sterke argumenten)
dan kan men op nog een wijze zeggen dat de wetenschap een grens
heeft: uit het feit dat een theorie empirisch adequaat is, kan men niet af-
leiden dat alle entiteiten (zoals quarks etc.) die niet worden waargenomen
maar binnen een bepaald model worden gepostuleerd ook werkelijke
existentie toekomt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's