Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 111
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WETENSCHAPSBEOEFENING EN CHRISTELIJKE GELOOFSKENNIS 99
wordt door het ideaal van empirische toetsbaarheid, dat binnen de
natuurwetenschappen heerst. Uitgelegd zal worden dat deze cognitieve
inhoud een eigen karakter heeft. Het is geen kennis op afstand, maar
heilskennis. Het is niet alleen kennis over, maar kennis met en komt
zodoende in de buurt van kennis die beter kan worden omschreven als
'sapientia' dan als 'scientia'. In die zin gaat het in de christelijke leer om
een vorm van kennis. Het is kennis waar onthulling samengaat met
verhulling. Dat betekent niet dat het geloof sprakeloos maakt. Integen-
deel, in het geloof wordt een gebeuren waargenomen, de toewending
van God. Om kort te gaan, er bestaat zoiets als openbaring en daar valt
over te praten.
De eerste drie paragrafen richten zich op het kenniskarakter van
christelijke leer. In de laatste paragraaf wenden we ons tot de vraag wat
de reikwijdte hiervan is voor de universiteit als zodanig. In een aantal
p u n t e n zal worden gesteld dat de waarneming van het geloof iets
toevoegt aan de kennis van mens en wereld en voor de waarneming
zelfs richtinggevend kan zijn binnen de beoefening van de wetenschap.
Uiteraard kan deze laatste paragraaf niet anders dan tentatief van aard
zijn, maar dat doet niet af aan de pretentie dat de universiteit gebaat is bij
dergelijke grensoverschrijdingen.
Geloof en kennis
Biedt christelijk geloof en in vervolg daarvan christelijke leer kennis? Is
er een cognitieve inhoud? En zo ja, om wat voor soort kennis, om wat
voor inhoud gaat het dan?2 Om deze vraag te beantwoorden herinneren
we aan enkele verzen uit de proloog van het evangelie naar Johannes. In
al zijn bondigheid en hooggestemdheid komen we in deze verzen in
aanraking met de kennis die dit evangelie aan zijn omgeving wil
communiceren. Het geeft ons de gelegenheid enkele kenmerken van
dit soort kennis kort aan te stippen.
Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond en wij
hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als van de enig-
geborene des Vaders, vol van genade en waarheid. Johannes heeft van Hem
getuigd en heeft geroepen, zeggende: Deze was het, van wie ik zeide: Die na
mij komt, is voor mij geweest, want Hij was eer dan ik. Immers uit zijn
volheid hebben wij allen ontvangen zelfs genade op genade; want de wet is
door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus
gekomen.
Niemand heeft ooit God gezien; de eniggeboren Zoon, die aan de boezem des
Vaders is, die heeft Hem doen kennen. (Joh. 1:14-18)
Allereerst dit: Het is onmiskenbaar de bedoeling van de evangelist iets te
communiceren, dat hij meent te weten. In termen die stuk voor stuk
herinneren aan begrippen en geschiedenissen uit het Oude Testament
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's