Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 157
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WAT BEDOELEN WE MET: DE WETENSCHAP HEEFT GRENZEN? 145
wetenschappehjk onderzoek als vanzelf worden geëlimineerd. Ze wor-
den niet beantwoord, ze verdwijnen eenvoudigweg. Dat is althans de ver-
wachting van Paul Churchland, die zijn filosofie betitelt als "eliminative
materialism".'' Verwachtingen zijn natuurlijk gemakkelijker gewekt dat
ingelost. Bovendien kan deze verwachting slechts gewekt worden onder
het regime van het naturalisme (d.i. de stelling dat God niet bestaat en
dat alles wat bestaat begrepen dient te worden in de termen die de
natuurwetenschap en de neurobiologie ons aan de hand doen). Er is
echter, zo heb ik elders betoogd, weinig reden dit naturalisme te
omhelzen.**
De genoemde zinvragen zijn dus wetenschappelijk niet beantwoord-
baar. Dit betekent echter niet dat ze dus totaliter onbeantwoordbaar zijn. Er
zijn bronnen van antwoorden anders dan de wetenschap (zoals wij die
nu kennen). Er zijn morele waarheden die we kunnen kennen door
onze morele intuïtie. Er zijn waarheden omtrent God, die we kunnen
leren kennen door Openbaring en door wat Calvijn noemde de sensus
divinitatis. Er zijn waarheden betreffende de zin van het leven die we
kunnen leren kennen door het getuigenis en het levensvoorbeeld van
andere personen.
De wetenschap is dus begrensd in deze zin dat zij existentiële vragen
niet kan beantwoorden. Wie hier toch van de wetenschap ant^voorden
verwacht, is, zoals Peter Medawar schreef, te vergelijken met een visser
die probeert vissen te vangen die kleiner zijn dan de mazen van het net.
Of, nog duidelijker, "to expect from science to answer the ultimate
questions is tantamount to expecting to deduce from the axioms and
postulates of Euclid a theorem having to do with how to bake a cake"'^
(1986,76).
(5) Naast zinvragen zijn er nog tal van andere vragen die door de
wetenschap niet beantwoord kunnen worden en waarvan het de vraag is
of wij ze überhaupt ooit zullen kunnen beantwoorden. Ik noem er drie.
(i) John Locke zegt in zijn Essay dat het onmogelijk is om de "real
essences" van de dingen te kennen (IV, vi, 9-10). We weten wat goud is
en we kennen verschillende van zijn eigenschappen: de gelige kleur, de
mate waarin het warmte geleidt, de hardheid ervan, de mate waarin het
stroom geleidt etc. We kennen dus verschillende van de eigenschappen
van goud. Maar wat we niet weten is hoe deze eigenschappen met elkaar
samenhangen en tesamen de eigenschappen vormen van die ene sub-
stantie die wij 'goud' noemen. Wanneer we zeggen 'dit is goud en dit en
dit zijn zijn eigenschappen', dan doen we in feite weinig meer dan het
geven van namen. Het inzicht in de innerlijke constitutie van dit edel-
metaal ontbreekt ons. Iets dergelijks geldt, zo zei de VU-fysicus Jonker in
1955, ook algemener: het "blijkt duidelijk, dat wij op geen enkele wijze
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's