Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 25
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
HOE IS EEN UNIVERSITEIT AAN HET WOORD VAN GOD TE BINDEN? 13
binnen het geheel van Kuypers opvattingen niet incidenteel maar
wezenlijk verbonden met de elders door hem bepleite vrijheid van de
wetenschap van kerk en staat. Deze vrijheid is namelijk zijns inziens
een vrucht van het Calvinisme, of wel van de 'Gereformeerde begin-
selen'. Juist Gereformeerde identiteit leidt tot vrije wetenschap, c.q. een
Vrije Universiteit.
Toetsing
Het gebouw dat Kuyper wenste op te trekken was ontegenzeggelijk impo-
nerend, maar de grondslag ervan was van het begin af aan onderhevig
aan een spanning die vroeg of laat tot scheuren, zo niet moest dan toch,
kon leiden. Deze spanning komt voort uit de ingewikkelde plaats die
Kuyper de Heilige Schrift laat innemen in de Gereformeerde begin-
selen. We zagen dat de Heilige Schrift volgens hem tweeërlei doel had.
Ze is er om de weg der verzoening te ontsluiten. Als zodanig richt ze zich
tot de kerk en heeft ze slechts indirect met het bedrijven van wetenschap
te maken. Daarnaast stelt zij ons in staat om het boek der Natuur te leren
kennen en dat is bij uitstek het domein van de wetenschap. Bij dit laatste
doel staat de Heilige Schrift als 'het Woord van God' dus in dienst
van (het kennen van) het 'woord van God' (het boek van de Natuur) en
deze onderschikking kan nauwelijks Gereformeerd genoemd worden.
Kuyper heeft op dit punt kennelijk ook zelf moeilijkheden gevoeld. In
een samenvatting van zijn theses schrijft hij: "Dat (...) de uitdrukking:
Gereformeerde beginselen allereerst doelt op het hetgeen de Gereformeerde
belijder omtrent de H. Schrift gelooft" (1899, 27). Dit is nagenoeg letterlijk
in strijd met de accentuatie waarvan hij zijn weergave van art. 2 van de
Nederlandse Geloofsbelijdenis voorzag. Daarin stond het woord van God
in de natuur op de eerste plaats.
Art. 2 uit de Nederlandse Geloofsbelijdenis blijkt overigens ook een
geheel andere scopus te hebben dan Kuyper eraan toekent. Hij laat
namelijk ten onrechte het Schriftcitaat (Rom 1: 20) dat op het door hem
aangehaalde gedeelte volgt, weg. Op grond van desbetreffende tekst stelt
art. 2 dat de kennis van God uit de natuur voldoende is om de mens "alle
onschuld te benemen". Het 'boek van de natuur' maakt de mens tot een
zondaar, zonder hem de weg tot vergeving te doen kennen. Daarom, en
niet om tot dieper inzicht in de natuur te geraken, hebben we nog een
veel "klaarder en volkomener" Woord van God nodig. Deze argumen-
tatie komt zakelijk overeen met die van Calvijn in de befaamde bril-
passage. Ook hij stelt dat de kennis uit de natuur de ondankbare mens
van alle verdediging berooft tegen een God die hem schuldig verklaart.
Desondanks kan de natuur toch niet meer dan warrige en vervloeiende
voorstellingen aangaande God oproepen. Daarom hebben we de Heilige
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's