Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 125
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WETENSCHAPSBEOEFENING EN CHRISTELIJKE GELOOFSKENNIS 113
de keuze om aanhankelijk te zijn worden zichtbaar als teken van rijkdom.
De mens verliest aan menselijkheid naarmate hij aan zichzelf genoeg
heeft, niemand anders nodig heeft en zich afsluit. Hij wint eraan door
uit zich zelf uit te gaan, door aanhankelijk te wezen, door toewending.
Geloof, hoop en liefde delen alle in deze structuur. Oppervlakkig be-
schouwd is de mens die gelooft, hoopt en liefheeft een behoeftig wezen
dat aangewezen is op iemand en iets anders. In het licht van de christe-
lijke leer wordt deze behoefte-structuur formuleerbaar en begrijpelijk als
iets wat met de bestemming van de mens te maken heeft. Het is de
bestemming van de mens, niet om op zich zelf te blijven, maar te leven
in de gemeenschap met de ander. Dat zet de kennis van de mens als
behoeftig wezen in een zeer bepaald licht. De nabijheid van de ander en
de winst die uit deze nabijheid gewonnen wordt, moeten niet regressief
verstaan worden. Tegenover de mensvisie van Freud, volgens welke
volwassenheid bestaat in een zo groot mogelijke ruimte tussen een drift-
matige onderbouw en een verinnerlijkte culturele bovenbouw, moet
gesteld worden dat het geloof in God in het christelijk geloof niet de
vorm heeft van het terugverlangen naar een oorspronkelijke symbiose
en daarom als vorm van regressie en infantiliteit zou moeten worden
beschouwd.'" De nabijheid en de winst zijn progressief van aard. In de
gemeenschap met God, waar in de christelijke leer over gesproken wordt
als de bestemming van de mens, lossen de grenzen tussen de ander en
het ik niet op. In de gemeenschap waar het geloof op hoopt, blijft het
onderscheid tussen God en mens dus gehandhaafd, maar het menselijk
ik weet zich door de nabijheid van de Ander zo bepaald dat hij daaraan
wint.
De grondstruktuur die hier getekend wordt, heeft gevolgen voor tal
van begrippen die men binnen de menswetenschappen slechts met
aarzeling of helemaal niet meer gebruikt. In de moderne antropologie en
in de psychologie worden tal van uitspraken gedaan over het menselijk
functioneren. De vraag naar de identiteit blijft veelal buiten beschouwing
omdat daarmee een niet-verifieerbaar terrein wordt betreden. De bijbelse
verhalen en geschiedenissen geven echter juist wel reden om begrippen
te gebruiken die de mens aanspreken als een eenheid van persoon. Ze
bieden een visie op wat menselijk is. Begrippen als identiteit, persoon,
verantwoordelijkheid, beperktheid, vrijheid, hart, afhankelijkheid en
aanhankelijkheid ontvangen in het licht van de openbaringsgeschie-
denis hun specifieke betekenis. Waar ze ontbreken bestaat het gevaar dat
de mens tot zijn functies gereduceerd wordt.
(8) Het feit dat volgens het christelijk geloof de menselijke bestemming
gelegen is in de gemeenschap met God betekent iets voor de om-
gang met het menselijk verlangen naar vervulling en verzadiging. Het
'^m
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's