Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 77
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
CULTUUROMSLAG AAN DE VU 65
—of liever: 'anders gelovig': met een toewijding die niet voor die van zijn
vader onderdeed, stelde hij zijn leven in dienst van de medische weten-
schap. Als door een vergrootglas zien we op eens de reügieuze betekenis
van de vooruitgangsidee: de wetenschap nam bij de vader de plaats van
'gezagsvolle instantie' in, de plaats die godsdienst en kerk bezaten voor de
grootvader. Onwillekeurig denken we ook aan Émile Durkheim (1858-
1917). De vader een rabbi—orthodox voorzover ik weet—de zoon, Émile,
ongelovig. Ook hier zien we wetenschap en samenleving de lege plaats
innemen. Van Durkheim is gezegd dat hij de sociologie bedreef als een
vorm van een binnenwereldse theologie: de samenleving is alles, er
buiten is niets. Zo wordt de samenleving het omvattende zinsverband.
Nog een voorbeeld—nu om ook de littekens te laten zien. De historicus
Johan Huizinga (1872-1945): de grootvader doopsgezind predikant, de
vader ongelovig natuurkundige; deze Dirk Huizinga verloor zijn geloof
bij de studie in Leiden. De andere kant is dat de grootvader alle voor-
uitgang ten spijt de overgang wel degelijk als schokkend ervoer en waar
hij kon zijn invloed aanwendde om tenminste zijn kleinzoon, Johan, bij
het geloof te behouden. Van der Lems biografie van Johan Huizinga
bevat enkele brieven van de grootvader waarin dit familiedrama naar
voren komt (Van der Lem 1993).
Maar ook de arbeidende stand werd diepgaand door de vooruitgangs-
idee beïnvloed. Het was een fatale 'misser' van Karl Marx dat hij zijn leer
bouwde op de aanname dat het klassebewustzijn de sleutel zou zijn tot de
bevrijding van de arbeiders: hoe intenser dit besef, dacht hij, des te
grotere bereidheid de ketenen van de onderdrukking te breken. In feite
verliep de 'emancipatie' heel anders: de hefboom vormde het verlangen,
de hoop, uit de eigen klasse los te komen: de arbeiders ontleenden h u n
zelf-respect minder aan wat ze waren, arbeiders, dan aan wat ze graag
wilden zijn of waarvan ze hopen dat hun kinderen zover zouden komen:
gerespecteerde burgers. Ik bezit een fotoboek over de Victoriaanse tijd
waarin één afbeelding dit verlangen naar vooruitgang fraai verbeeldt: de
foto is van rond 1860 en toont een arbeidersgezin: volgens het bijschrift
werkte de dochter vanaf haar tiende in een fabriek. Te meer valt daarom
de burgerlijke pose op: vader en moeder breed uit zittend in het midden;
het hele gezin gestoken in donkere, bijna deftige kleren: "All bespeaks
virtuous and hard-won respectability" luidt het commentaar van de
redacteur, een "effort made at social assertion" (Thomas 1977, 72-3). Het
doet denken aan E.P. Thompsons beroemde studie over het ontstaan van
de Britse arbeidersklasse waarvan één van de conclusies luidt dat dit
verlangen naar 'upward mobility' de reden was waarom het marxisme
in Engeland niet aansloeg, ook al woonde en werkte Marx jarenlang in
London (Thompson 1963/8). De revolutionaire leer van het marxisme
had, internationaal gezien, daar de beste kansen waar de politiek-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's