Medische psychologie - pagina 226
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
224 Huisman
erg opgewonden. Vervolgens speelt hij een spel met een tandarts: de therapeut is
patiënt en Michael leeft zich enorm uit in de rol van pijn-veroorzakende tandarts. Dit
spel komt daarna in iedere sessie terug: allerlei personages moeten behandelingen
doorstaan, behalve een boos jongetje (!). Ook moeders moeten er aan geloven en
hun kinderen komen erbij kijken: ze kennen geen mededogen. Na de eerste
intensieve behandelingsfase breekt, medisch gezien, een meer rustige periode aan.
De spelbegeleiding in het ziekenhuis wordt afgesloten en wordt overgedragen aan de
school. Uit follow-upcontacten blijkt dat Michael zich psychisch gezien heel goed door
de behandelingen heenslaat. In feite vertoont hij in ontwikkelingspsychologisch opzicht
groei: zijn cognitieve achterstand blijkt hij in deze periode in te lopen, de contactname
verbetert. Zijn gedrag vertoont nog wel enige typische kenmerken, maar op 6-jarige
leeftijd maakt hij de overstap naar het regulier onderwijs, waar hij zich vervolgens in
alle opzichten bevredigend handhaaft.
Casus D.
Linda is 14 jaar oud wanneer bij haar een kwaadaardig lymfoom wordt ontdekt. Bij het
eerste gesprek van de psycholoog met de ouders komt onder meer naar voren dat
Linda een ambitieus leergierig meisje is met goede intellectuele capaciteiten. Zij zit in
de derde klas van het V.W.O. Zij heeft veel vriendinnen. Bij kennismaking toont Linda
zich ontoegankelijk: ze wendt zich af en zegt geen woord. Ditzelfde gedrag vertoont
ze ook ten opzichte van anderen, zowel ziekenhuispersoneel als bezoek. Alléén tegen
de ouders spreekt ze, hoewel zich dit beperkt tot het hoognodige. De ouders maken
zich grote zorgen over haar gedrag sinds de diagnose van de maligniteit. De ouders
willen graag dat de psycholoog Linda begeleidt. Wanneer hierover haar eigen mening
wordt gevraagd, dan haalt ze slechts haar schouders op. Met Linda wordt
'afgesproken' dat de psycholoog op vaste dagen en tijden bij haar langskomt. De
eerste contacten verlopen moeizaam; ze ligt in bed, met een laken over haar hoofd;
volstaan wordt met een korte aanwezigheid (enkele minuten) waarin voorzichtig haar
eventuele behoefte om ergens over te praten wordt gepeild. Haar afwerende houding
wordt gerespecteerd. Het contact is kort en steeds wordt gevraagd of zij instemt met
een volgende afspraak. Dat doet ze met een korte hoofdknik. Na enkele korte
contacten komt de verbale communicatie op gang en is af en toe sprake van
oogcontact. In de zevende sessie brengt ze haar depressieve gevoelens onder
woorden: "Ik zie het helemaal niet meer zitten, het maakt me niets meer uit, het is te
veel bij elkaar". In de volgende sessies wordt hierover doorgesproken. Ze brengt haar
angsten naar voren: over haar prognose en toekomst; voor de te verwachten
veranderingen in haar uiterlijk, met name de haaruitval (ze wil haar vriendinnen niet
meer onder ogen komen); voor het oplopen van een onoverbrugbare leerachterstand.
Langzamerhand komen ook gevoelens van boosheid ("waarom ik?") naar voren; heel
concreet uit ze haar onvrede over het verloop van bepaalde medische ingrepen en
over het voedsel in het ziekenhuis. Ze wordt aangemoedigd haar vragen en grieven in
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's