Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 173
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
OM HET BEHOUD VAN MODERNITEIT 161
maatschappelijke en politieke bewegingen als liberalisme en socialisme
die zich keerden tegen de schrijnende maatschappelijke onderdrukking
en armoede in die tijd. Realiseerden die theologische leidslieden zich
wel voldoende dat deze bewegingen daarmee in feite ook de onbetaalde
rekening vereffenden van het toenmalige Christendom dat armoede en
onderdrukking weliswaar verwierp maar tegelijk ook in hoge mate in
stand had gehouden?
Dergelijke vragen dringen zich ook op bij de richting die vervolgens
door Kuyper voor de VU werd uitgezet. We beperken ons hier tot zijn
verreikende theologische stelling omtrent de "absolute anti-these" tussen
christelijke en paganistische geloofsovertuigingen. Deze stellingname
impliceerde in de eerste plaats een oproep tot onderlinge aaneensluiting
en in feite tot een gezamelijk isolement. "Gij moogt niet met hen lopen,
noch met hen samenspannen. Veeleer moet al wie Christus liefheeft en
de Christus uit de hemelen verwacht, zich met alle oprechte belijders in
den lande hartelijk verenigen, om hun raad te wederstaan en het vader-
land aan hun verderfelijke invloed te onttrekken".^ Maar de idee der
anti-these had ook een positieve strekking. Voor degenen die zich op de
gereformeerde beginselen stelden, opende zich namelijk het zicht op de
"ordinantieƫn Gods": de geschapen werkelijkheid vertoont een kwalita-
tieve verscheidenheid aan maatschappelijke verbanden die alle een
eigen innerlijke aard bezitten, grondslag van het leerstuk van de 'souve-
reiniteit in eigen kring'. "The God of the neo-calvinist is a deity who
likes differentiation", aldus Mouw later kort en krachtig (Mouw 1990,
281). Hoewel het leerstuk van de 'souvereiniteit in eigen kring' een
ordeningsprincipe van algemene strekking is, fungeerde het in feite
vooral als richtlijn voor de nadere inrichting van de eigen gereformeer-
de wereld. "Bedoeld is dus wel metterdaad een zelfbouwen naast wat
anderen bouwden, zonder iets anders gemeenschappelijks dan het erf
aan de deur, het uitzicht door de vensteren, met een drukpers die als post-
bode de gemeenschap der gedachten onderhoudt" (Kuyper 1880, 32).
In Kuypers stelling omtrent de 'absolute anti-these' en zijn daaruit
voortvloeiende oproep jegens het gereformeerde volksdeel tot 'zich ver-
enigen' en 'zelfbouwen' manifesteert zich zijn scherpe afkeer van de
tendens naar modernisering en rationalisering die hij in de samen-
leving van zijn tijd om zich heen ziet grijpen. Maatstaf is voor hem
daarbij het veelkleurige en organisch gegroeide sociale leven, zoals zich
dat in de lijn van de tradities der vaderen in ons land ontwikkeld had.
Ongemeen fel keert Kuyper zich tegen de, in zijn ogen vooral door de
Franse Revolutie opgeroepen, moderniseringsgolf waardoor de samen-
leving op allerlei terreinen: omgangsvormen, taal, kunst, stedebouw etc.
wordt "versneden" op de maat van uniforme en rationele modellen.
"Eenvormigheid, de vloek van het moderne leven" (Kuyper 1869).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's