Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 65
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
DE v u : GEVANGENE VAN EEN POSITIVISTISCH WETENSCHAPSIDEAAL 53
wetenschappelijk spreken eensgezindheid levert en de pluraliteit over-
wint. Zij wil dat de wetenschap zich dan ook zo inperkt, dat zij die
eensgezindheid zal bewerkstelligen. De 'eenmaking van de mensheid'
die de gevolgen van de geschiedenis van Babel ongedaan moet maken,
moet gerealiseerd worden door de 'eenheid van methode' van vakweten-
schap op strikt empirische en analytische grondslag.
Omdat Russell en de zijnen terecht onderkend hebben dat eens-
gezindheid over de zin-vragen niet bereikbaar is, schrijft hij voor, die
zin-vragen uit de wetenschappelijke discussie te schrappen! De mens
moet op een dieet van 'harde feiten', ook al heeft hij daarbij eigenlijk
geen leven; ook al zijn die 'harde feiten' als stenen voor brood. En die
'harde feiten' worden tevens gebruikt om profeten en zieners in onze tijd
mee dood te gooien. Ook al heeft Russell zelf geen empirische basis om
de geldigheid van geloofsantwoorden te ontkennen (vgl. Wilshire 1990,
201 e.v.).
En thans zijn ook christelijke theologen bereid, zich te voegen naar
het voorschrift van deze wetenschapsfilosofie! En men haast zich, te ver-
klaren dat een christen-theoloog niet 'meer' weet dan een niet-gelovige
en dat hij in zijn wetenschappelijk bezig zijn niet iets achter de hand
heeft wat zijn niet-gelovige collega niet bezit. Ja, zelfs gaat H.IVI. Kuitert zo
ver, te stellen dat ook het spreken van de schrijvers van de bijbel niet als
openbaring 'van boven' mag worden opgevat maar slechts als menselijke
zoekontwerpen 'van beneden'. Al in 1968 betoogde hij: "wij moeten
(leren) niet te schrikken als we merken dat zowel van de VU-natuur-
kundige als die van een andere universiteit geldt dat zij methodisch
werken 'alsof God niet zou bestaan'; dat een dergelijk 'methodisch
atheïsme' het geloof niet omverwerpt" (vgl. Bos 1987, 69 e.v.).
Voor ons onderwerp is het wel heel opmerkelijk dat inmiddels, sinds
de zeventiger jaren, van post-moderne zijde is aangevoerd, dat ook de
idealen van strenge vak-wetenschap van de neo-positivisten (net zoals die
van de Verlichting) altijd ingekaderd zijn in wat genoemd wordt een
'Groot Verhaal', een betoog dat zelf niet binnen het wetenschappelijk
discours verantwoord wordt. De post-modernen trekken daaruit de
consequentie dat niet alleen het einde van de metafysica, maar ook het
einde van de zekere, algemeen-geldige vak-wetenschap kan worden
verkondigd. Drs H.J. Brinkman trok daaruit weer de conclusie, dat een
christelijke doelstelling voor de wetenschapsbeoefening aan een univer-
siteit ook een gepasseerd station was (Brinkman 1992).'-' Maar het zou
natuurlijk ook heel goed uitgelegd kunnen worden als een indicatie van
de heel vitale en onmisbare rol van zin-perspectieven en hun verwoor-
ding in het leven van mensen, inclusief hun wetenschapsbeoefening.
Want daardoor wordt veel beter begrijpelijk, waarom moderne weten-
schappers, op basis van bestudering van de zelfde gegevens, komen tot
^S.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's