Medische psychologie - pagina 208
10 jaar samenwerken in het VU-ziekenhuis. Jubileumboek ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de afdeling/vakgroep medische psychologie.
206 Smith
onbekend. Stahlie nam toen met de vakgroep kindergeneeskunde het bijzondere en
gedurfde besluit psychologen in zijn staf op te nemen. Bij mijn komst merkte ik dat het
voor de artsen een waagstuk was om mensen van een andere professie in huis te
halen. Voorzichtig werd gepeild of wij de ouders niet "het hemd van het lijf' vroegen.
Later zou de vraag komen of de psychoseksuele aspecten in ons psychologisch
onderzoek wel voldoende aandacht kregen. Ook heb ik me goed gerealiseerd dat het
een zaak van groot vertrouwen was om de psycholoog toe te laten tot de specifieke
arts-patiëntrelatie.
Welke situatie trof ik aan bij mijn komst? Mijn collega-psycholoog en ik kregen de
vrijheid om de werkzaamheden in patiëntenzorg en onderwijs naar eigen inzicht uit te
voeren. De kliniek was in opbouw. De algemene pediatrie nam snel in omvang toe en
de uitbouw van deelspecialismen was in volle gang. Voor ouders waren op alle
kinderafdelingen ruime bezoektijden. Gestructureerde psychosociale besprekingen
vonden wekelijks plaats op alle verpleegafdelingen. Onder leiding van de hoofd-
verpleegkundige bespraken de kinderarts, pedagogisch werker, ondenwijzer,
maatschappelijk werker en psycholoog in het kort de relevante problematiek van
opgenomen kinderen. Op de polikliniek gebeurde dat in een iets andere
samenstelling.
De eerste tien jaren heb ik ervaren als pionierswerk. Het kost tijd eikaars taal,
werkwijze en grenzen te leren kennen. Niet zelden venwacht de arts dat de
psycholoog per acuut contact met de patiënt en zijn ouders opneemt om in zo kort
mogelijke tijd het door de arts gewenste gedrag te bewerkstelligen. Voor een goede
start van het contact tussen psycholoog en patiënt/ouders blijkt steeds weer hoe
belangrijk de formulering is waarmee de arts de psychologische hulp introduceert.
Soms komt een contact moeilijk tot stand omdat de aangemelde patiënt zonder
overleg blijkt te zijn ontslagen. Met vallen en opstaan wordt samenwerking en
integratie bereikt.
De behoefte aan wetenschappelijk onderzoek groeide en in 1976 kon daartoe de
formatie met een derde psychologenplaats worden uitgebreid. In het jaar daarop
werden een tweede psychologisch medewerker en een secretaresse aangesteld.
De komst van nieuwe medewerkers maakte de vraag naar de identiteit van de
psychosociale disciplines actueel. Een omschrijving van visie, taken en werkwijze
ontbrak. Samen met de in de kinderkliniek werkzame maatschappelijk werkers zetten
wij die op papier. Onder de titel "Een kat in een vreemd pakhuis" werd het concept
aan de kinderartsen aangeboden. Deze gingen met de inhoud accoord, maar wezen
de titel geschokt en verontwaardigd af. In overleg werd die vervangen door "Panta
Rhei". Deze titel dekt tot op heden de continuïteit en de veranderingen in de
werksituatie.
Aan de gestage groei komt een abrubt einde als in het begin van de tachtiger jaren de
universitaire TVC (taakverschuiving en concentratie)-operatie korting op formatie-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 324 Pagina's