Vinden en zoeken: het bijzondere van de Vrije Universiteit - pagina 159
Het bijzondere van de Vrije Universiteit
WAT BEDOELEN WE MET: DE WETENSCHAP HEEFT GRENZEN? 147
specifieke smaaksensaties (en geen andere) teweeg brengen, dat blijft
onverklaard. Handelend over deze kwestie schrijft Thomas Reid:
No man can give a reason, why the vibration of a body might not have given
the sensation of smelling, and the effluvia of bodies affected our hearing, if it
has pleased our Maker. In hke manner, no man can give a reason why
sensations of smell, or taste, or sound, might not have indicated hardness, as
well as that sensation which, by our constitution, does indicate it. (An Inquiry
into the Human Mind, V,2; ed. W. Hamilton, 120-121).
De wetenschap stuit op een grens.
(6) Wetenschap, zo wordt gezegd, kan onmogelijk.beoefend worden als
de onderzoeker niet bepaalde algemene onderstellingen aanvaardt, die
juist vanwege h u n bijzondere karakter vooronderstellingen k u n n e n
worden genoemd. En nu kan men duidelijk maken dat de waarheid van
deze vooronderstellingen niet binnen de wetenschap zelf kan worden
bewezen of aangetoond. Hier ligt opnieuw een grens voor de wetenschap:
ze kan haar eigen vooronderstellingen niet meer wetenschappelijk bewijzen. Een
verwijzing naar de wiskunde kan verhelderend zijn: van tal van stellin-
gen (theorema's) kan de waarheid resp. onwaarheid worden aangetoond
via deductie uit de axiomas; maar van de waarheid van de axioma's zelf
kan dat niet. Betreffende deze vooronderstellingen schreef de Utrechtse
godsdienstfilosoof A.E. Loen ooit: "het redelijk denken [en redelijk
denken is een noodzakelijke vooronderstelling van de wetenschap, zo
had hij al eerder betoogd, R.v.W.] is in zichzelf begrensd. Zijn grenzen
zijn geen eventuele uiterlijke gebiedsgrenzen, maar zeer reële innerlijke
grenzen. Dat wil zeggen: het redelijk denken heeft tal van vooronder-
stellingen omtrent welke het geen gronden kan aangeven. Die voor-
onderstelingen zijn niet minder dan redelijk, maar voorwaarden voor
redelijkheid" (1949, 94). Op een drietal van die vooronderstellingen wil
ik nu wijzen.
(i) Ten eerste zijn er de principes van de logica: het principe van de
uitgesloten derde (een bewering is waar of onwaar, een derde mogelijk-
heid is er niet), het principe van de non-contradictie (geen bewering is
tegelijk waar en onwaar), modus ponens etc. Voor de waarheid van deze
principes laten zich geen gronden aangeven: ze zijn waar, maar onbe-
wijsbaar. Hun waarheid zien we in niet op basis van een redenering
maar op onmiddellijke wijze. Ze kunnen niet gefundeerd worden,
omdat ze zelf fundamenteel zijn. Of, in de enigszins Wittgensteiniaanse
formulering van Loen: "De logica is een denkmiddel, dat dient voor het
aangeven van gronden, doch zelf ongegrond is".
(ii) Ten tweede is er de vooronderstelling dat onze kenvermogens
betrouwbaar zijn, d.w.z. zulke vermogens als: waarneming (zintuig-
lijke perceptie), ons redeneervermogen, ons geheugen, ons zelfbesef.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997
Publicaties VU-geschiedenis | 196 Pagina's